Naar hoofdinhoud

deel A › Paragraaf 4

Artikel 4.1

Wettelijke basis van het welstandsadvies

Onderdeel van Welstandsnota 2011

Het formuleren van de aspecten en de daarbij behorende criteria waarop een plan beoordeeld wordt tezamen met het vaststellen van de beleidsambitie voor specifieke gebieden, zal moeten leiden tot meer objectiviteit en een duidelijk toetsingskader voor de welstandscommissie. Voor de burger ontstaat hiermee meer inzicht in de welstandstoetsing en vooraf meer zekerheid over de haalbaarheid van zijn plannen. De duidelijkheid die ontstaat met het vaststellen van de beoordelingsaspecten en -criteria, en de openbare besluitvorming die daaraan ten grondslag ligt, moeten de welstandstoetsing een groter maatschappelijk draagvlak geven. De wettelijke basis van het welstandsadvies is verankerd in artikel 12 van de Woningwet 2003. Dit artikel luidt: "Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, mogen niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, lid 1, onderdeel a". Hieronder wordt artikel 12 toegelicht. "uiterlijk en plaatsing" Er dient niet alleen te worden gekeken naar de vormgeving van het object, maar ook naar de situering: Staat het op logische wijze op de kavel gesitueerd? Past de plaatsing van het object in deze omgeving of in de ontwikkeling van die omgeving? "bouwwerk of standplaats" Bij woonwagens is geen sprake van een bouwwerk in de zin van de Woningwet. Toch is het plaatsen van een woonwagen van invloed op de welstand. Daarom is 'standplaats' aan het artikel toegevoegd. De situering en de inrichting van bijvoorbeeld een woonwagen, zijnde een standplaats, vallen door deze formulering toch binnen de reikwijdte van het welstandsadvies. "op zichzelf, in verband met de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan" De kern van welstandszorg ligt in het feit dat bouwen een maatschappelijke daad is die het leven van anderen, de leef- en werkomgeving, beïnvloedt. Het particuliere belang kruist in Nederland vrijwel altijd het algemene of maatschappelijke belang. Elke burger mag van de overheid verwachten dat zij een zorgvuldige afweging van belangen maakt bij het verlenen van vergunningen. Het is in het algemeen belang dat onze leef- en werkomgeving een verzorgd en samenhangend karakter vertoont. Vandaar dat de welstandsadvisering zich niet kan beperken tot de verschijningsvorm van het bouwwerk op zich, maar ook de relatie van dat bouwwerk met zijn omgeving dient te onderzoeken. De invloed van bouwen op de omgeving is bovendien vrijwel altijd van lange duur. Het is daarom ook belangrijk een inschatting te maken van de te verwachten ontwikkelingen van de omgeving. Ook de samenhang van verschillende bouwplannen onderling moet kunnen worden beoordeeld. Deze plannen vormen immers elkaars toekomstige omgeving. "redelijke eisen van welstand" Met "redelijk" bedoelt de wetgever aan te geven dat plannen getoetst worden op eisen die men redelijkerwijs mag verwachten. Redelijk is dus geen absoluut begrip en heeft niet de betekenis van "gemiddeld". Het is afhankelijk van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan, of de eisen hoog, gemiddeld of laag zullen zijn. Zoals ook verderop in de tekst zal worden uitgelegd, kan van een plan dat zich onderscheidt van zijn omgeving in redelijkheid verwacht worden dat het aan hoge architectonische en stedenbouwkundige eisen voldoet. Het ambitieniveau wordt door de ontwikkelaars van het bouwplan zelf immers al hoog gelegd. "beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, lid 1, onderdeel a" Deze zinsnede is toegevoegd aan de oorspronkelijke wetstekst, en vormt de basis voor deze welstandsnota. Gemeenten worden hiermee verplicht de criteria voor de welstandsadvisering vast te leggen in een gemeentelijke beleidsnota. Artikel 12 a, lid 1, onderdeel a luidt immers: "De gemeenteraad stelt een welstandsnota vast inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die burgemeester en wethouders toepassen bij hun beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waarop de aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft, in strijd is met redelijke eisen van welstand". Uitsluiting van welstandstoezicht Indien de gemeenteraad op grond van artikel 12 Ww het voornemen heeft een gebied binnen de gemeente Veenendaal of een categorie bouwwerken of standplaatsen uit te sluiten van welstandstoezicht, dan neemt de raad dat besluit pas, nadat: op het voornemen inspraak is verleend conform de vastgestelde gemeente inspraakverordening; het advies van de welstandscommissie is ingewonnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel