Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2013

Afweging Bij de afweging welk traject en welke voorziening het meest adequaat is voor de belanghebbende worden de mogelijkheden en belemmeringen van de persoon en het belang van de gemeente tegen elkaar afgewogen. Daarnaast speelt de situatie op de arbeidsmarkt een rol. Het College kan, voordat besloten wordt tot een traject en tot de inzet van voorzieningen zoals bedoeld in artikel 9 lid 2 van deze verordening, een gericht onderzoek (laten) doen naar de mogelijkheden van de belanghebbende en naar de geschiktheid van de in te zetten voorzieningen. Het College houdt bij de inzet van een traject rekening met de zorgtaken van alleen-staande ouders voor hun kinderen tot 12 jaar. Voorts kan een alleenstaande ouder pas deelnemen aan een traject zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 van deze verordening indien een kinderopvangvoorziening beschikbaar is. Indien de alleenstaande ouder die de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot vijf jaar een verzoek om ontheffing van de arbeidsverplichting indient, verleent het College op grond van artikel 9a algehele ontheffing van de verplichting tot het verkrijgen en aanvaarden van algemene geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 9, eerste lid onderdeel a, van de WWB. Indien aan een alleenstaande ouder ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 9a, eerste lid van de wet en die beschikt niet over een startkwalificatie, beoordeelt het College in hoeverre scholing of opleiding de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert. Ten aanzien van een alleenstaande ouder die al beschikt over een startkwalificatie kan het College na overleg met belanghebbende beoordelen of scholing of opleiding die leidt tot een hoger kwalificatieniveau de toegang tot de arbeidsmarkt verder bevordert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel