Naar hoofdinhoud

13.

Artikel 13.2

Wettelijke regelgeving/taken/verplichtingen

Onderdeel van Milieubeleidsplan gemeente Bladel 2013-2017

13.2.1. Energie Prestatie Coëfficiënt Het beleidsterrein kenmerkt zich door beperkte wettelijke verplichtingen. Een van de wettelijke verplichtingen is de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) of – norm (EPN). De EPN is een maat voor de energieprestatie van nieuwe gebouwen, waarbij geldt: hoe lager de EPN, hoe energiezuiniger het gebouw. De EPN wordt in het Bouwbesluit gefaseerd verlaagd. Volgens de herziene Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD) moeten gebouwen vanaf eind 2020 energieneutraal worden gebouwd. Vanaf 1 januari 2012 gelden nieuwe normen voor het bepalen van de wettelijke energieprestatie-eis voor nieuwe gebouwen. De huidige norm (de EPN) neemt maatregelen op gebiedsniveau niet mee, terwijl die wel relevant zijn om te kiezen tussen diverse warmte-opties. Vanaf 2012 moet voor het bepalen van de EPC voor nieuwe gebouwen gebruik worden gemaakt van de EPG (energieprestatienorm gebouwen) en de EMG (energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau). 13.2.2. Activiteitenbesluit Wet milieubeheer Een andere wettelijke verplichting is omschreven in het Activiteitenbesluit (artikel 2.15) van de Wet Milieubeheer. Bedrijven met een bepaald minimum energieverbruik (50.000 kWh of 25.000 m3 aardgasequivalenten) moeten energiebesparende maatregelen treffen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. De gemeente kan hen die verplichting opleggen in de omgevingsvergunning. Vanaf een verbruik van 200.000 kWh of 75.000 m3 aardgasequivalenten kan het bevoegd gezag het bedrijf verplichten om een energiebesparingsonderzoek uit te laten voeren. Dit kan alleen als het aannemelijk is dat niet alle bekende maatregelen uitgevoerd zijn. 13.2.3. Meerjaren afspraken energie-effciëntie Een aantal branches met bijbehorende bedrijven heeft een convenant gesloten: de Meerjaren afspraken energie-efficiëntie (MJA-3). Bedrijven die dit convenant hebben ondertekend, hebben een inspanningsverplichting om gemiddeld 2% per jaar energie-efficiëntieverbetering te realiseren door het treffen van rendabele maatregelen (maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder) en te zorgen dat voorwaardelijke of onzekere maatregelen rendabel worden. 13.2.4. Europese doelstelling Nederland heeft in 2007 met andere Europese landen een akkoord bereikt over Europese klimaatdoelstellingen. Nederland liep met haar ambities voor op de Europese doelstellingen in het programma “Schoon en zuinig”. Intussen zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen bijgesteld tot wat Nederland minimaal volgens de Europese afspraken dient te halen: - 20% energiebesparing in 2020 t.o.v. 2010 (2% energiebesparing per jaar); - 14% aandeel van duurzame energie in het energieverbruik in 2020; - 20% minder broeikasgassen uitstoten in 2020 t.o.v. 1990. 13.2.5. Afspraken Rijk en VNG Het Rijk en de VNG hebben in het Klimaatakkoord 2007-2011 afgesproken om zich gezamenlijk in te spannen om deze doelstellingen te realiseren. Afspraken die uit dit akkoord volgen zijn: • Gemeenten streven naar 100% duurzaam inkopen in 2015 (dit betreft dus ook het duurzaam inkopen of bouwen van gemeentelijke gebouwen). • Rijk en gemeenten bevorderen dat het aandeel duurzame energie in 2020 uitkomt op 20% (dit heeft dus betrekking op bijvoorbeeld zonnepanelen of duurzame warmte in het eigen gebouw of woningbouwprojecten) . • Rijk en gemeenten willen dat in 2020 de nieuwbouw klimaatneutraal is. Woningen en gebouwen worden dan zo gebouwd dat ze zelfvoorzienend zijn in gebouwgebonden energieverbruik. Dit streven sluit aan bij de eis van de herziene Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD), dat gebouwen vanaf eind 2020 energieneutraal moeten worden gebouwd. 13.2.6. Energierapportage Vanaf 1 januari 2013 is het verplicht een energierapportage te voegen bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor nieuwbouw van een woningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel