10.1 Bestemmingsomschrijving
10.1.1 Algemeen
De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
instandhouding en ontwikkeling van aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden;
behoud en ontwikkeling van ecologische waarden;
bosexploitatie;
recreatief medegebruik;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen,
met daaraan ondergeschikt:
agrarisch medegebruik, waaronder rietteelt;
beschoeiingen;
parkeervoorzieningen.
10.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen
Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 39.1
10.2 Bouwregels
10.2.1 Gebouwen
Op de voor 'Bos' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
10.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Op de voor 'Bos' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor zover het niet betreft overkappingen, ten behoeve van de in artikel 10.1 genoemde bestemming, waaronder begrepen bouwwerken, geen gebouw zijnde:
noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer;
ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden;
behorende tot de recreatieve voorzieningen, zoals recreatieve bewegwijzering, informatieborden en kleinschalige uitzicht- en rustpunten;
behorende tot het straatmeubilair;
ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water,
en een paardenbak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak' onder de voorwaarden dat:
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, maximaal 2,50 meter bedraagt, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 1,00 meter bedraagt.
10.3 Afwijken van de bouwregels
10.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van gebouwen ten dienste van de bestemming
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.2.2, ten behoeve van:
gebouwen en overkappingen ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat de oppervlakte maximaal 10 m² bedraagt en de hoogte maximaal 6,00 meter bedraagt;
observatiehutten voor natuur- en educatieve doeleinden, met dien verstande dat de oppervlakte per hut maximaal 10 m² bedraagt en de hoogte maximaal 10,00 meter bedraagt;
nestpalen, met dien verstande dat de hoogte maximaal 10,00 meter bedraagt;
onder de voorwaarden dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
de verkeersveiligheid;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de landschappelijke en/of natuurlijke waarden en/of archeologische waarden van de gronden;
de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden.
10.4 Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Strijdig gebruik
Onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met de beheersverordening wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
de stalling en opslag van aan het oorspronkelijke gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie;
het gebruik van gronden en bouwwerken voor horecadoeleinden;
het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel;
het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinde
10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
10.5.1 Vergunningplicht
Het is verboden op of in de voor 'Bos' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:
het wijzigen van de bodemstructuur, het ophogen, afgraven en egaliseren van gronden met meer dan 0,20 meter;
het aanbrengen van opgaande beplantingen, zoals bosschages, houtwallen en singels;
het verwijderen van opgaande;
het dempen, graven en/of uitdiepen van sloten, vaarten, poelen en daarmee gelijk te stellen waterpartijen;
het aanbrengen van walbeschoeiingen, niet zijnde bouwwerken;
het aanleggen van eenhelofytenfilter;
het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik;
het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en / of telecommunicatieleidingen, exclusief drainage systemen en met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet;
het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;
het aanbrengen dan wel wijzigen van drainage systemen;
het verrichten van exploratieboringen en / of seismologisch onderzoek.
het aanpassen van het waterprofiel van sloten voor verhoogde afvoer.
10.5.2 Uitzonderingen
Het bepaalde in artikel 10.5.1 is niet van toepassing op:
normale onderhoudswerkzaamheden;
werken of werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen;
werken of werkzaamheden die deel uitmaken van de activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van een beheersplan zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet, welke is vastgesteld door gedeputeerde staten of het ministerie en daarmee in overeenstemming is bevonden;
werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd.
10.5.3 Toelaatbaarheid
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 10.5.1 kan alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 10.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
10.5.4 Inwinnen advies bevoegd waterschapsgezag
In de volgende gevallen vraagt het bevoegd gezag advies aan het ter plaatse bevoegde waterschapsgezag, alvorens de in artikel10.5.1 genoemde vergunning te verlenen:
wanneer er sprake is van een toename van verhard oppervlak groter dan 750 m²;
wanneer gronden worden afgegraven met als doel permanent oppervlaktewater met een oppervlakte groter dan 750 m² te realiseren.