Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

Cultuur en ontspanning

Onderdeel van Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland

11.1 Bestemmingsomschrijving 11.1.1 Algemeen De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor: een indoor- en outdoorsportcentrum met orthopedagogiepraktijk, met daaraan ondergeschikt horeca tot en met maximaal categorie 3 ten dienste van de bestemming met een oppervlakte van maximaal 300 m², uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sportcentrum'; een dierentuin, annex vogelpark met een kinderboerderij en speeltuin, met daaraan ondergeschikt horeca tot en met maximaal categorie 3 ten dienste van de bestemming, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'dierentuin'; een museum en dagrecreatieve activiteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - 1', met daaraan ondergeschikt horeca tot en met maximaal categorie 3 ten dienste van de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'horeca', met dien verstande dat de dagrecreatieve activiteiten uitsluitend in gebouwen zijn toegestaan; een museum en verblijf in een recreatiewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'museum'; een theeschenkerij, galerie en verblijf in een recreatiewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - 2'; een theeschenkerij, galerie en educatief centrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - 3'; Hier is horeca van categorie 2 toegestaan; wonen in een bedrijfswoning, met daaraan ondergeschikt: detailhandel ten dienste van de bestemming; kantoor ten dienste van de bestemming; ontsluitings- en parkeervoorzieningen; tuinen, erven en groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 11.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 39.1. 11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen Op de voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: gebouwen ten behoeve van de in artikel 11.1 genoemde bestemming, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; bedrijfswoningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; de daarbij behorende bijgebouwen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; recreatiewoningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak', ter plaatse van de aanduidingen 'museum' en 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - 2'; bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de in artikel 11.1 genoemde bestemming, zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak'; met inachtneming van het bepaalde in artikel 11.2.2 tot en met 11.2.6. 11.2.2 Gebouwen, geen woning zijnde Voor het bouwen van de gebouwen, geen woning zijnde gelden de volgende regels: ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' wordt het bouwvlak tot maximaal het aangeduide bebouwingspercentage bebouwd; de voorgevels worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; gebouwen worden met een kap van minimaal 15° afgedekt; de goothoogte van gebouwen bedraagt maximaal 4,50 meter , met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' de aangeduide maximale goothoogte geldt; de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 12,00 meter bedraagt, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' de aangeduide maximale bouwhoogte geldt. 11.2.3 Bedrijfswoning Voor het bouwen van de bedrijfswoning gelden de volgende regels: per bedrijf is slechts één bedrijfswoning toegestaan, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' waar maximaal het aangeduide aantal bedrijfswoningen wordt gebouwd; de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 600 m³, dan wel maximaal de bestaande inhoud indien deze groter is; de goothoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 3,50 meter dan wel maximaal de bestaande goothoogte indien deze groter is; de bouwhoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 8,00 meter; de bedrijfswoning wordt met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt. 11.2.4 Recreatiewoning (incl. bijgebouwen) Voor het bouwen van een recreatiewoning gelden de volgende regels: het aantal recreatiewoningen dat wordt gebouwd bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal recreatiewoningen' aangeduide aantal recreatiewoningen; de inhoud van een recreatiewoning bedraagt, inclusief aangebouwde berging en kelders maximaal 300 m³; de goothoogte van een recreatiewoning bedraagt maximaal 3,00 meter; de bouwhoogte van een recreatiewoning bedraagt maximaal 6,50 meter; de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen bedraagt minimaal 6,00 meter; bij een recreatiewoning zijn geen vrijstaande bijgebouwen toegestaan. 11.2.5 Bijgebouwen bij bedrijfswoning Voor het bouwen van bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning gelden de volgende regels: de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen, met uitzondering van carports, bedraagt maximaal 75 m²; bijgebouwen worden uitsluitend gesitueerd op een afstand van minimaal 3,00 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning; bijgebouwen worden met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt; de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter; de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw. 11.2.6 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen; de carport wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van een carport maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van een carport maximaal 20 m² bedraagt; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 10,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter bedraagt 11.3 Afwijken van de bouwregels 11.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.3 ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de bedrijfswoning, met dien verstande dat: een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; de inhoud van de bedrijfswoning maximaal 750 m³ mag bedragen; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het straat- en bebouwingsbeeld; het woon- en leefklimaat; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de landschappelijke en/of archeologische waarden van de gronden; de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 11.3.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van vergroten oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 11.2.5 ten behoeve van het vergroten van de bebouwde oppervlakte van bijgebouwen behorende bij een bedrijfswoning, met dien verstande dat: er sprake dient te zijn van sloop van bijgebouwen, waarbij geldt dat maximaal 75% van de gesloopte oppervlakte aan bijgebouwen mag worden teruggebouwd; na het slopen en terugbouwen van bijgebouwen het perceel voor maximaal 50% mag zijn bebouwd; de grotere oppervlakte aan bijgebouwen bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het straat- en bebouwingsbeeld; het woon- en leefklimaat; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de landschappelijke en/of archeologische waarden van de gronden; de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 11.3.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het verlagen van de dakhelling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 11.2.2, 11.2.3 en 11.2.5 ten behoeve van het verlagen van de dakhelling van een gebouw tot 0°, met dien verstande dat: een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het straat- en bebouwingsbeeld; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de landschappelijke waarden van de gronden. 11.4 Specifieke gebruiksregels 11.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met de beheersverordening wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: dagrecreatieve activiteiten anders dan bedoeld in artikel 11.1 en ter plaatse van de aanduiding 'museum', dagrecreatieve activiteiten buiten de gebouwen; de vestiging van een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten anders dan bedoeld in artikel 11.1; het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gerichte gebruik; verblijfsrecreatie; mantelzorg in de bedrijfswoning en/of in de bijgebouwen; een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijgebouwen, anders dan bedoeld in artikel 11.4.2; horeca, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en dan niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw. 11.4.2 Aan huis gebonden beroepen Een aan huis gebonden beroep is toegestaan onder de volgende voorwaarden: een aan huis verbonden beroep uitsluitend wordt uitgeoefend in de bedrijfswoning of de daarbij behorende bijgebouwen; maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep; de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein; er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt; buitenopslag en buitenactiviteiten zijn niet toegestaan; er mag geen sprake zijn van een onevenredig verkeersaantrekkende werking. 11.5 Afwijken van de gebruiksregels 11.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 11.4.1 ten behoeve van mantelzorg in de bedrijfswoning of in bestaande bijgebouwen, met dien verstande dat: het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de bedrijfswoning en/of bestaande bijgebouwen maximaal in totaal 75 m² bedraagt, met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan bijgebouwen niet meer mag bedragen dan het bepaalde in artikel 11.2.5 de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; specifiek voor mantelzorg in bestaande vrijstaande bijgebouwen de volgende regels gelden; het vrijstaande bijgebouw dient binnen een afstand van 25,00 meter van de bedrijfswoning te zijn gesitueerd en een ruimtelijke eenheid te vormen met de woning; realisatie van de afhankelijke woonruimte binnen de bedrijfswoning inclusief de aangebouwde bijgebouwen niet mogelijk is; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de verkeersveiligheid; het woon- en leefklimaat; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 11.5.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van complementaire daghoreca Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 11.4.1 ten behoeve van het gebruik voor complementaire daghoreca in bestaande gebouwen, met dien verstande dat: een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; de horecavloeroppervlakte, inclusief de oppervlakte ten behoeve van een terras, maximaal 100 m² bedraagt; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het straat- en bebouwingsbeeld; het woon- en leefklimaat; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de landschappelijke waarden waarden van de gronden; de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte. 11.5.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van minicampings Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 11.4, ten behoeve van een minicamping, met dien verstande dat: het aantal minicampings binnen de gemeente niet meer dan 50 bedraagt; nieuwe minicampings in het Natura 2000 gebied (ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone natura 2000') en EHS gebieden niet mogelijk zijn; het aantal kampeerplaatsen maximaal 15 bedraagt; uitsluitend kampeermiddelen mogen worden geplaatst; een goede landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; de oppervlakte van een kampeerplaats minimaal 80 m² bedraagt; de afstand van de minicamping tot de perceelsgrens met aangrenzende woningen met een woonbestemming minimaal 25 meter bedraagt; het kamperen niet plaatsvindt tussen 1 november en 15 maart; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het straat- en bebouwingsbeeld; het woon- en leefklimaat; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden; de waterstaatkundig en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel