12.1 Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Algemeen
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
een leef-, woon- en werkgemeenschap met gastenverblijf en groepskamperen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1'
een recreatiecentrum met conferentieoord, hotel, zwembad, tennisbaan en recreatiewoningen, met daaraan ondergeschikt horeca tot en met maximaal categorie 4 ten dienste van de bestemming, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 2';
een conferentieoord met hotel, recreatiewoningen en groepsaccommodaties, met daaraan ondergeschikt horeca tot en met maximaal categorie 3 ten dienste van de bestemming, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 3',
wonen in een bedrijfswoning,
met daaraan ondergeschikt:
voorzieningen ten behoeve van het beheer, onderhoud en dienstverlening, zoals een receptie, kampwinkel, bergruimte, sanitaire voorzieningen en sport- en spelvoorzieningen;
tuinen, erven en groenvoorzieningen;
ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
12.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen
Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 39.1.
12.2 Bouwregels
12.2.1 Algemeen
Op de voor 'Gemengd' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
gebouwen ten behoeve van de in artikel 12.1 genoemde bestemming, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak';
bedrijfswoningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak';
de daarbij behorende bijgebouwen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak';
recreatiewoningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak' ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van gemengd - 2' en 'specifieke vorm van gemengd - 3';
bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de in artikel 12.1 genoemde bestemming, zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak';
met inachtneming van het bepaalde in artikel 12.2.2 tot en met 12.2.6.
12.2.2 Gebouwen, geen woning zijnde
Voor het bouwen van de gebouwen, geen bedrijfs- of recreatiewoning zijnde gelden de volgende regels:
ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' wordt het bouwvlak tot maximaal tot het aangeduide bebouwingspercentage bebouwd;
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 3' worden maximaal 4 groepsaccommodaties gebouwd;
de voorgevels worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens;
bedrijfsgebouwen worden met een kap van minimaal 15° afgedekt;
de goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 10,00 meter;
bedrijfsgebouwen worden in maximaal 3 bouwlagen gebouwd.
12.2.3 Bedrijfswoning
Voor het bouwen van de bedrijfswoning gelden de volgende regels:
per bedrijf is slechts één bedrijfswoning toegestaan, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' waar maximaal het aangeduide aantal bedrijfswoningen wordt gebouwd;
de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 600 m³, dan wel maximaal de bestaande inhoud indien deze groter is;
de goothoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 3,50 meter, dan wel maximaal de bestaande goothoogte indien deze groter is;
de bouwhoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 8,00 meter;
de bedrijfswoning wordt met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt.
12.2.4 Recreatiewoning (incl. bijgebouwen)
Voor het bouwen van een recreatiewoning gelden de volgende regels:
het aantal recreatiewoningen dat wordt gebouwd bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal recreatiewoningen' aangeduide aantal recreatiewoningen;
de inhoud van een recreatiewoning bedraagt, inclusief aangebouwde berging en kelders maximaal 300 m³;
de goothoogte van een recreatiewoning bedraagt maximaal 3,00 meter;
de bouwhoogte van een recreatiewoning bedraagt maximaal 6,50 meter;
de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen bedraagt minimaal 6,00 meter;
bij een recreatiewoning zijn geen vrijstaande bijgebouwen toegestaan.
12.2.5 Bijgebouwen bij bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning gelden de volgende regels:
de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen, met uitzondering van carports, bedraagt maximaal 75 m²;
bijgebouwen worden uitsluitend gesitueerd op een afstand van minimaal 3,00 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning;
bijgebouwen worden met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt;
de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter;
de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw.
12.2.6 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen;
de carport wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van een carport maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van een carport maximaal 20 m² bedraagt;
de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 10,00 meter, met dien verstande dat de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter bedraagt en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedraagt.
12.3 Afwijken van de bouwregels
12.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het vergroten van de inhoud van een bedrijfswoning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.3 ten behoeve van het vergroten van de inhoud van een bedrijfswoning, met dien verstande dat:
ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' de karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijke bedrijfswoning behouden dient te blijven;
een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd;
de inhoud van de bedrijfswoning maximaal 750 m³ mag bedragen;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
het woon- en leefklimaat;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de landschappelijke en/of archeologische waarden van de gronden;
de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden.
12.3.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte bijgebouwen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.2.5 ten behoeve van een grotere bebouwde oppervlakte van bijgebouwen behorende bij een bedrijfswoning, met dien verstande dat:
er sprake dient te zijn van sloop van bijgebouwen, waarbij geldt dat maximaal 75% van de gesloopte oppervlakte aan bijgebouwen mag worden teruggebouwd;
na het slopen en terugbouwen van bijgebouwen het perceel voor maximaal 50% mag zijn bebouwd;
de grotere oppervlakte aan bijgebouwen bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
het woon- en leefklimaat;
de verkeersveiligheid;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de landschappelijke en/of archeologische waarden van de gronden;
de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden.
12.3.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van een grotere goothoogte van een bedrijfswoning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.2.3 ten behoeve van het vergroten van de goothoogte van de bedrijfswoning, met dien verstande dat:
een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd;
de goothoogte van de bedrijfswoning maximaal 5,50 meter bedraagt;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
het woon- en leefklimaat;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de landschappelijke waarden van de gronden;
de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden.
12.3.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het verlagen van de dakhelling
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 12.2.2, 12.2.3, 12.2.5 en 12.2.4 ten behoeve van het verlagen van de dakhelling van een gebouw tot 0°, met dien verstande dat:
een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de landschappelijke waarden van de gronden
12.4 Specifieke gebruiksregels
12.4.1 Strijdig gebruik
Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met de beheersverordening wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor:
de vestiging van een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten anders dan bedoeld in artikel 12.1
het uitoefenen van agrarische bedrijfsactiviteiten;
permanente bewoning, anders dan in een bedrijfswoning;
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gerichte gebruik;
verblijfsrecreatie, anders dan bedoeld in artikel 12.1;
mantelzorg in de bedrijfswoning en/of in de bijgebouwen;
een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijgebouwen, anders dan bedoeld in artikel 12.4.2;
detailhandel;
horeca, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 5';
buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en dan niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw.
12.4.2 Aan huis gebonden beroepen
Een aan huis gebonden beroep is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
een aan huis verbonden beroep uitsluitend wordt uitgeoefend in de bedrijfswoning of de daarbij behorende bijgebouwen;
maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep;
de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast;
er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is;
er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm;
het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving;
in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein;
er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt;
buitenopslag en buitenactiviteiten zijn niet toegestaan;
er mag geen sprake zijn van een onevenredig verkeersaantrekkende werking.
12.5 Afwijken van de gebruiksregels
12.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 12.4.1 ten behoeve van mantelzorg in de bedrijfswoning of in bestaande bijgebouwen, met dien verstande dat:
het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de bedrijfswoning en/of bestaande bijgebouwen maximaal in totaal 75 m² bedraagt, met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan bijgebouwen niet meer mag bedragen dan het bepaalde in artikel 12.2.5
de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat;
specifiek voor mantelzorg in bestaande vrijstaande bijgebouwen de volgende regels gelden;
het vrijstaande bijgebouw dient binnen een afstand van 25,00 meter van de bedrijfswoning te zijn gesitueerd en een ruimtelijke eenheid te vormen met de woning;
realisatie van de afhankelijke woonruimte binnen de bedrijfswoning inclusief de aangebouwde bijgebouwen niet mogelijk is;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
de verkeersveiligheid;
het woon- en leefklimaat;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.