Verwijsborden kunnen worden aangebracht nabij een of meer van de volgende plaatsen:

  • - de (openbare) weg;
  • - de toegang van een (openbare) bij een gebouw behorende parkeergelegenheid of parkeergarage;
  • - de toegang van een afzonderlijk voetpad;
  • - de hoofdingang van een gebouw;
  • - de toegang van een galerij, gang en dergelijke;
  • - een trap of lifthal;
  • - een lift.

Op ‘verwijsborden’ kan worden volstaan met de vermelding van het laagste en het hoogste nummer, bijvoorbeeld: 2-24.