De leidinggevende stelt de beoordeling over de ambtenaar op:
voor het nemen van een structurele rechtspositionele beheersbeslissing;
op verzoek van de ambtenaar;
bij bijzondere omstandigheden, als de leidinggevende dit wenselijk acht.
De leidinggevende bepaalt wanneer een beoordeling wordt vastgesteld, de lengte van de beoordelingsperiode en om welke reden(en) er een beoordeling wordt vastgesteld.
De beoordeling bevat een oordeel van de leidinggevende over de geleverde resultaten (kwalitatief en kwantitatief) en het functioneren (kennis en competenties) van de ambtenaar bij de uitoefening van zijn functie.