Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Het beoordelingsgesprek, bedenkingsgesprek

Onderdeel van Regeling beoordelen gemeente Overbetuwe 2013

Als de ambtenaar van mening is dat informatie ingewonnen kan worden bij een niet door de leidinggevende geraadpleegde informant(en), dan kan hij dat voor het beoordelingsgesprek aangeven. De leidinggevende zal dan alsnog informatie inwinnen bij deze informant(en) en de verkregen informatie meenemen bij het opstellen van de (concept) beoordeling. Zo spoedig mogelijk nadat de leidinggevende de (concept) beoordeling heeft opgesteld, stelt de leidinggevende een datum vast voor een beoordelingsgesprek. Tenminste 7 dagen vóór het beoordelingsgesprek krijgt de ambtenaar een afschrift van de (concept) beoordeling. Het beoordelingsgesprek wordt gevoerd tussen de leidinggevende en de ambtenaar. Als één van hen dit wenst kan een informant of adviseur bij het beoordelingsgesprek aanwezig zijn. De ambtenaar krijgt tijdens het beoordelingsgesprek de gelegenheid om zijn bedenkingen over de beoorde¬ling kenbaar te maken. Hij kan daarbij aangeven dat hij zijn bedenkingen op het beoordelingsformulier vermeld wil hebben. Wanneer de ambtenaar zijn bedenkingen op het beoordelingsformulier vermeld wil hebben, vindt hierover altijd een bedenkingsgesprek plaats. De ambtenaar tekent voor de in dat gesprek ingebrachte bedenkingen.

Rechtspraak bij dit artikel