Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam

De begraafplaats is geopend van zonsopgang tot zonsondergang. Het college kan in uitzonderlijke gevallen een ruimere openstelling toestaan. De beheerder kan bezoekers de toegang tot de begraafplaats tijdelijk ontzeggen. Bezoekers van de begraafplaats, waaronder ook personen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf worden begrepen, dienen zich ordentelijk te gedragen en zonodig de door of namens de beheerder gegeven aanwijzingen op te volgen. Het is grafdelvers, steenhouwers, hoveniers, fotografen, en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf werkzaamheden op de begraafplaats of aan grafbedekkingen verrichten, verboden dit te doen zonder voorafgaande kennisgeving aan de beheerder. Het is op het terrein van de begraafplaats verboden om: met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden of deze met zich mee te voeren; te fietsen; honden of andere dieren onaangelijnd mee te nemen; een eigen zitgelegenheid te plaatsen; zonder toestemming of opdracht van de nabestaanden een uitvaart te fotograferen, te filmen of anderszins te registreren; bloemen of andere waren te koop aan te bieden of hiervoor reclame te maken; as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te bezigen; de begraafplaats te verontreinigen; op de graven te lopen, te zitten en gereedschappen of andere niet tot de begraafplaats behorende voorwerpen neer te leggen. Het college kan ontheffing verlenen voor de in het vijfde lid genoemde verboden. Het college kan aan de ontheffing als genoemd in het zesde lid voorwaarden en beperkingen verbinden. De beheerder kan personen die zich niet aan de hiervoor bedoelde geboden en verboden houden van de begraafplaats (laten) verwijderen. Bij herhaalde overtredingen kan gedurende een door het college te bepalen periode de toegang worden ontzegd.

Rechtspraak bij dit artikel