• - Het college stelt de indeling van de begraafplaats en de inrichting van de grafvelden vast.
  • - De begraafplaats wordt ingedeeld in vakken en de vakken in rijen en graven; de vakken worden aangeduid met letters en de rijen en graven met cijfers.
  • - Graven en urnengraven worden aansluitend op de reeds uitgegeven graven en urnengraven uitgegeven; urnennissen worden in overleg met de aanvrager uitgegeven.
  • - Indien dit naar het oordeel van het college gewenst of niet bezwaarlijk is, kunnen ook op andere plaatsen, als bedoeld in lid 3, particuliere/eigen graven of urnenplaatsen worden uitgegeven.
  • - Op de begraafplaats van Alblasserdam worden de volgende graven onderscheiden:
    • - algemene graven;
    • - kindergraven;
    • - particuliere/eigen graven
    • - particuliere/eigen moslimgraven
    • - particuliere/eigen urnengraven
    • - algemene urnengraven
    • - algemene urnennissen in de urnenmuur
  • - Uitvoering en afmetingen van de graven:
    • - de graven zullen niet dieper dan tot op het waterpeil worden gegraven;
    • - afhankelijk van de terreinhoogte en de bodemgesteldheid, zal met inachtneming van het daaromtrent in de wet bepaalde, maximaal in drie lagen boven elkaar worden begraven;
    • - de graven hebben de volgende afmetingen:
      • - algemene en eigen graven 2.00 m in de lengte en 0.90 m in de breedte;
      • - algemene en eigen urnengraven 0.55 m in de lengte en 0.35 m in de breedte;
      • - bij kindergraven, bestemd voor lijken van personen beneden 12 jaar, kan van de in het vorig lid bedoelde maten worden afgeweken en wordt de vereiste grafruimte naar omstandigheden bepaald;
      • - afwijkende grafmaten dienen bij aanvraag van de begrafenis te worden opgegeven bij de beheerder.