Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam

1.. Degene die een lijk wil doen begraven, as wil doen bijzetten, of as wil verstrooien, maakt daarvoor gebruik van een door het college vast gesteld formulier, dat uiterlijk om 12.00 uur van de dag, voorafgaand aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaats vinden -ingevuld- bij het college wordt ingeleverd. 2.. Degene die wil begraven, bijzetten of verstrooien overhandigt het verlof tot begraven, bijzetten of verstrooien, voorafgaand aan de plechtigheid aan de beheerder. 3.. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet het verzoek daartoe aan het college zo tijdig mogelijk worden gedaan. 4.. Indien men een lijk wil doen begraven, of as wil doen bijzetten, wordt op het in het eerste lid bedoelde formulier aangegeven van welke in artikel 5, 6 of 7 bedoelde typen graven of nissen men gebruik wil maken. 5.. Indien begraving of bijzetting in een particulier/eigen (urnen) graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan het college te worden overgelegd, welke moet zijn ondertekend door de rechthebbende. 6.. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of het lijk behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. 7.. Het is verboden om een lijk te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist. 8.. Bij begraving dient tenminste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraving door de uitvaartondernemer, of - wanneer hiervan geen gebruik wordt gemaakt - door de aanvrager, schriftelijk te worden verklaard of gebruik wordt gemaakt van een lijkhoes; voorts dient de uitvaartondernemer dan wel de aanbieder van de lijkhoes aan te tonen dat deze lijkhoes voldoet aan de wet. 9.. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat aan artikel 9 en aan de vereisten uit de wet, is voldaan en door de beheerder is bevestigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel