Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam

Het tijdstip van begraven, bijzetten of verstrooien wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door het college, in overleg met de betrokken aanvrager, vastgesteld en op het verlof tot begraven vermeld. De tijdstippen van begraven, bijzetten of verstrooien vinden inprincipe plaats op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur en op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur. De aanwijzing van de plaats van het graf, het urnengraf of de urnennis geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, derde en vierde lid, in overleg met de aanvrager, door het college. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. Het lijk dan wel de asbus dient bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van een identiteitskenmerk. Op ieder particulier/eigen graf en op de grafpositie (afhankelijk van de diepte: 1,2 of 3 diep) van een algemeen graf, dient door de begrafenisondernemer of, indien daarin zelf wordt voorzien, door de rechthebbende of gebruiker, tot maximaal een half jaar na de begrafenis een identificatieplaatje te zijn geplaatst, waarop staan vermeld de volledige naam, geboortedatum overlijden van degene die in betreffend graf is begraven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel