Het tijdstip van begraven, bijzetten of verstrooien wordt telkens en
voor elk geval afzonderlijk door het college, in overleg met de
betrokken aanvrager, vastgesteld en op het verlof tot begraven
vermeld. De tijdstippen van begraven, bijzetten of verstrooien
vinden inprincipe plaats op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur en op
zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur.
De aanwijzing van de plaats van het graf, het urnengraf of de
urnennis geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 4,
derde en vierde lid, in overleg met de aanvrager, door het
college.
Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
beheerder geheel of zelf verrichten indien zij hun wens daartoe
uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of
schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij
deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
volgen.
Het lijk dan wel de asbus dient bij aankomst op de begraafplaats te
zijn voorzien van een identiteitskenmerk.
Op ieder particulier/eigen graf en op de grafpositie (afhankelijk
van de diepte: 1,2 of 3 diep) van een algemeen graf, dient door de
begrafenisondernemer of, indien daarin zelf wordt voorzien, door de
rechthebbende of gebruiker, tot maximaal een half jaar na de
begrafenis een identificatieplaatje te zijn geplaatst, waarop staan
vermeld de volledige naam, geboortedatum overlijden van degene die
in betreffend graf is begraven.
Hoofdstuk 5.
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Alblasserdam