Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verordening Toeslagen en Verlagin­gen Wet werk en bijstand 2004

1.. De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de gehuwde lagere alge­meen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bij­stands­norm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeelte­lijk kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.. De verlaging bedraagt 10 % van het netto minimumloon wanneer in de woning ook een ander zijn hoofdverblijf heeft. 3.. De algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden gedeeld met een ander die in de woning zijn hoofdverblijf heeft, indien door de ander kan worden beschikt over een inkomen dat gelijk is aan of hoger dan de vergoeding voor het levensonderhoud voor de studerende thuiswo­nende op grond van de Wet op de studiefinanciering, vermeerderd met 10% van het netto minimum­loon. 4.. Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van: de gehuwde die hulpbehoevende is; de gehuwde die, behoudens de tot zijn laste komende kinderen, uit­sluitend tezamen met één of meer hulpbehoevende(n) in de woning zijn hoofdverblijf heeft.

Rechtspraak bij dit artikel