Naar hoofdinhoud
1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen. 2.Met het vaststellen van de begroting wordt het college geautoriseerd tot het realiseren van de in het investeringsprogramma voor het onderhavige begrotingsjaar opgenomen investeringen. 3.De raad kan bepalen dat voor investeringen groter dan 300.000,00 de uitvoering nieteerder ter hand genomen mag worden dan nadat de raad hiertoe op basis van nadereinformatie een besluit heeft genomen. 4.Indien het college voorziet dat een geautoriseerd budget of investeringskrediet dreigt teworden overschreden, wordt dit door het college in de eerstvolgende raadsvergadering aande raad gemeld. Deze melding geschiedt in de vorm van een voorstel voor wijziging vanhet budget of het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 5.Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijnopgenomen, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor. 6.Een voorstel tot autorisatie van een investeringskrediet kan achterwege blijven als deinvestering minder bedraagt dan 300.000,00 en als deze past binnen het beleid en het budget van het desbetreffende programma. 7.Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad beschikken over de postonvoorzien zoals die is opgenomen in de programmabegroting van het lopende jaar onderde volgende voorwaarden: per individueel collegebesluit mag maximaal 25.000,00 ten laste van de post onvoorzien worden besteed; de beschikkingen in de loop van het jaar samen mogen als totaal het bij de oorspronkelijke begroting vastgestelde bedrag van de post onvoorzien zonder voorafgaande toestemming van de raad niet te boven gaan; c.beschikking over de post onvoorzien vindt uitsluitend plaats nadat en voor zoverzorgvuldig is vastgesteld dat binnen de vastgestelde raming van het begrotingsprogrammawaarop de desbetreffende lasten betrekking hebben hiervoor geen middelen beschikbaar zijn; d.de beschikking over onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven dieonuitstelbaar of onvermijdbaar zijn, dan wel moet aantoonbaar vaststaan dat het in het kader van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de begroting wenselijk is deuitgave te verrichten; e.het college doet zonder voorafgaande toestemming van de raad ten laste van de postonvoorzien geen uitgaven waarvan bekend is of verondersteld mag worden dat daaromtrent belangrijke politieke gevoeligheid bestaat; f.via de tussentijdse rapportages en de jaarstukken legt het college verantwoording af aan de raad over de bestedingen ten laste van de post onvoorzien. Ten minste eenmaalper twee maanden wordt aan de raad een overzicht verstrekt waaruit blijkt welkelasten in het lopende begrotingsjaar ten laste van de post onvoorzien zijn gebracht enwat het resterende saldo van de post onvoorzien is. 8.Het college is gemachtigd om zonder voorafgaande toestemming van de raad tot eenbedrag van 50.000,00 te beschikken over bestemmingsreserves binnen de door de raad vastgestelde specifieke kaders voor de desbetreffende reserve. Via de tussentijdse rapportages en de jaarverslaggeving legt het college aan de raad hierover verantwoordingaf. 9.Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma s zoals geautoriseerd inde (gewijzigde) begroting met niet meer dan 3% worden overschreden. Dit onder hetvoorbehoud dat elders binnen de begroting voor de overschrijding dekking kan wordengevonden.

Rechtspraak bij dit artikel