1.Het college informeert de raad door middel van minimaal twee tussentijdse rapportagesover de realisatie van de begroting.
2.De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van debegroting.
De rapportages gaan in op de uitwerking van het voorgenomen beleid.
In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan relevante ontwikkelingen vande financiële positie.
5.Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat deraad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college tebrengen, voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingeninzake:
a.aankoop en verkoop van onroerende goederen waarvan de getaxeerde waarde in heteconomisch verkeer groter is dan 100.000,00, voorzover het niet betreft transactiesbinnen het kader van een door de raad vastgesteld grondexploitatieplan en transactiesbinnen de door de raad vastgestelde specifieke kaders bij de uitvoering van bijzondereprojecten;
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan
000,00.
Hoofdstuk II
Artikel 7.