Het recht als bedoeld in artikel 4, lid 1 onder I, wordt niet geheven
van:
oorlogsschepen;
roeiboten, behorende bij schepen, waarvoor havengeld verschuldigd
is;
op schutting in de Koopvaardersschutsluis en Zeedoksluis wachtende
schepen, die daartoe moeten afmeren aan de kaden aan Het Nieuwe
Diep;
zeeschepen, welke de gemeente aandoen uitsluitend om zieken of
doden aan land te zetten;
schepen, die invaren uitsluitend ten behoeve van onderhoud bij een
scheepswerf;
schepen, die invaren met als bestemming een kade die door de
gemeente Den Helder is verhuurd, dan wel in erfpacht is
uitgegeven;
schepen, waarvan de eigenaar zich heeft aangesloten bij de
Stichting Nautische Monumenten te Den Helder, welke inschrijving
blijkt uit de te overleggen aansluitovereenkomst en afmeren in het
als monumentenhaven aangewezen gedeelte van de
Koopvaardersbinnenhaven, gelegen tussen de brug “Weststraat” en de
pontonbrug ter hoogte van gebouw 73 op de Oude Rijkswerf
Willemsoord;
bedrijfsvaartuigen, behorende bij de zeilende bedrijfsvaartuigen
(de zgn. Bruine Vloot), gedurende de periode van 1 oktober tot 1
april, afgemeerd aan de Flaneerkade in de
Koopvaardersbinnenhaven;
In de periode van 1 april tot 1 oktober wordt havengeld geheven aan
de hand van de Tarieventabel, onderdeel 1- lid II, onderdeel d;
hospitaalschepen, die ook als zodanig in gebruik zijn, een en ander
ter beoordeling van de heffingsambtenaar haven- en
kadegelden;
schepen die in verband met (weers)omstandigheden genoodzaakt zijn
om van het Noord-Hollandskanaal gebruik te maken, een en ander ter
beoordeling van de heffingsambtenaar haven- en kadegelden, en
daarbij geen gebruikmaken van voorzieningen in de haven.
Artikel 6
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rechten onder naam van haven- en kadegelden 2013