In de eerste plaats is artikel 56 van de Gemeentewet van belang, dat een regeling bevat over zowel het vergader- als het besluitquorum voor de vergaderingen van het college. Uit de Memorie van Toelichting bij genoemd artikel blijkt dat het college in het reglement van orde een zwaarder quorumvereiste mag stellen. Hiervoor is niet gekozen; het in de wet opgenomen stelsel is daarmee onverkort van toepassing.
Het stemmen over onderwerpen is uitvoerig geregeld in de Gemeentewet. Een regeling in het reglement van orde is hiervoor overbodig. Als de stemmen staken bepaalt artikel 59 van de Gemeentewet dat opnieuw wordt gestemd. Staken de stemmen opnieuw dan beslist de stem van de voorzitter.
Voor het stemmen over personen in collegevergaderingen heeft de Gemeentewet niets geregeld. Dit wordt aan het college zelf overgelaten. Artikel 31 van de Gemeentewet is in de artikelen 58 en 59 Gemeentewet niet van toepassing verklaard op de collegevergaderingen.
Om onduidelijkheid te voorkomen is in het reglement een regeling opgenomen die afgeleid is van artikel 31 Gemeentewet en de praktische toepassing ervan in de collegevergaderingen.
Wenst een collegelid stemming over personen, dan is in het reglement opgenomen dat dit bij gesloten en ongetekende stembriefjes geschiedt. Als de stemming tot twee of meer personen is beperkt en de stemmen in een voltallige vergadering staken, beslist het lot. Hoe deze beslissing wordt genomen is uiteengezet in het derde lid onder d.
Het lot laten beslissen als de stemming over één persoon staakt, is feitelijk wel mogelijk, maar onwenselijk. Als de stemmen staken bij een stemming beperkt tot één persoon, dan is de betreffende persoon niet benoemd.
Over zaken wordt dus of niet of mondeling gestemd.
Als gebruik wordt gemaakt van een zogenoemd parafenbesluit, een conceptbesluit dat door de leden van het college van parafen wordt voorzien waarna dit door het college als een definitief meerderheidsbesluit wordt beschouwd, is de uitspraak van de Raad van State van 16 juli 2003 van belang (LJN-nr AH9850, zaaknr. 200200757/1). Doordat met een parafenbesluit in materiële zin besluitvorming buiten de collegevergadering plaatsvindt, dient dit bekend gemaakt te zijn hetzij op grond van het reglement van orde hetzij op grond van een bekend gemaakte vaste praktijk. Daarbij moet bepaald zijn dat in een collegevergadering de mogelijkheid bestaat tot beraadslaging en besluitvorming over het te nemen (parafen)besluit en moet tevens duidelijk zijn wanneer het besluit wordt genomen.