1. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op:
a. vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
b. tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
c. twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
d. honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
2. De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie.
3. Indien de uitkeringsgerechtigde na de recidive bedoeld in het het tweede lid van dit artikel, volhardt in de gedraging, kan de uitkering voor onbepaalde tijd verlaagd worden. Er dient dan telkens na uiterlijk 3 maanden een schriftelijke heroverweging van de verlaging plaats te vinden conform artikel 4 lid 3 van deze verordening.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
De hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Losser