Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

De hoogte en duur van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Losser

1.   Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op: a. vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de  eerste categorie; b. tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de  tweede categorie; c. twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de  derde categorie; d. honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de  vierde categorie. 2.  De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de  belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit   waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare   gedraging van dezelfde of hogere categorie. 3.  Indien de uitkeringsgerechtigde na de recidive bedoeld in het het tweede lid van dit  artikel, volhardt in de gedraging, kan de uitkering voor onbepaalde tijd verlaagd worden.  Er dient dan telkens na uiterlijk 3 maanden een schriftelijke heroverweging van de  verlaging plaats te vinden conform artikel 4 lid 3 van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel