De geldlening voor de bouw of verbouw van een woning wordt na overlegging van een kopiefactuur in termijnen uitbetaald, met een minimum van 500 euro per maand en wel tot bedragen die in verband met de stand van de (ver)bouw noodzakelijk zijn.
Zolang de leningsgelden geheel of ten dele in bewaring worden gehouden, is over het in bewaring zijnde bedrag over en weer geen rente verschuldigd.
Over elke verstrekte termijn uit de in bewaring gehouden gelden is rente verschuldigd, welke ingaat op de dag, waarop uitbetaling plaatsvindt.
Bij uitbetaling van de laatste termijn van de geldlening vindt verrekening plaats van de op die dag verschuldigde rente over vroeger uitbetaalde gedeelten van de lening.