Het onafgeloste gedeelte van de geldlening is met de verschuldigde rente en eventuele andere kosten terstond opeisbaar, indien:
de ambtenaar overlijdt zonder echtgeno(o)t(e) na te laten;
de achtergebleven echtgeno(o)t(e) van de ambtenaar overlijdt;
de ambtenaar de (maandelijkse) termijnen van rente en aflossing niet tijdig betaalt;
de ambtenaar enig uit hoofde van het verstrekken van de geldlening op hem rustende verplichting niet nakomt;
de ambtenaar van rechtswege het beheer over zijn vermogen verliest, onder curatele wordt gesteld, surseance van betaling aanvraagt, boedelafstand doet of in staat van faillissement wordt verklaard;
blijkt dat de geldigheid van de verleende hypotheek kan worden bestreden;
de onroerende zaak in eigendom overgaat op een derde, geheel of gedeeltelijk tenietgaat, of tot onteigening wordt overgegaan.
Het onafgeloste gedeelte van de geldlening is met de verschuldigde rente en eventuele andere kosten na het verstrijken van een termijn van 12 maanden terstond opeisbaar, indien:
het dienstverband van de ambtenaar eindigt, anders dan met recht op wachtgeld, zolang dit wachtgeld wordt genoten, onmiddellijk ingaand pensioen of uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden;
de ambtenaar de woning niet meer voor eigen-bewoning gebruikt;
het aan de achtergebleven echtgeno(o)t(e) van de ambtenaar toegekende pensioen eindigt danwel vervallen wordt verklaard.