Bij niet dadelijke voldoening van al hetgeen aan de gemeente uit hoofde van de geldlening is verschuldigd, is de gemeente onherroepelijk gemachtigd om, tot verhaal van al het verschuldigde, het verbonden onroerend goed in het openbaar volgens plaatselijk gebruik te verkopen, de koopsom te ontvangen, daarvoor te kwiteren en het verkochte te leveren.