De ambtenaar kan onder de volgende voorwaarden een beroep doen op aanpassing van het voor de hypothecaire geldlening geldende rentepercentage:
de rentevast-periode dient 20 of 30 jaar te zijn;
van de looptijd van de geldlening dient minstens 10 jaar verstreken te zijn;
als om rente-aanpassing wordt verzocht in het 11e tot en met 15e jaar van de geldlening is aanvrager een boete-rente verschuldigd van 5% van de restant-hoofdsom van de geldlening;
als om rente-aanpassing wordt verzocht na het 15e jaar van de geldlening is aanvrager een boete-rente verschuldigd van 3% van de retant-hoofdsom der geldlening;
als nieuw percentage van de rente geldt het rentepercentage dat de gemeente zelf verschuldigd is voor geldleningen met een overeenkomstige looptijd op het tijdstip van het verzoek om rente-aanpassing. Dit percentage blijkt uit de desbetreffende weekstaat van de N.V. Bank voor Nederlandse Gemeenten;
het nieuwe percentage kan de eerstvolgende 10 jaar geen wijziging meer ondergaan Daarna gelden dezelfde voorwaarden voor rente-aanpassing als hierboven is beschreven;
de verschuldigde boete-rente dient binnen 30 dagen na de beslissing op het verzoek om rente-aanpassing ineens te worden voldaan.