Indien burgemeester en wethouders op grond van door hen ingewonnen inlichtingen van oordeel zijn, dat de ambtenaar niet regelmatig of niet voldoende studeert, waardoor hij niet in staat kan worden geacht zijn studie binnen de termijn, bedoeld in artikel 17:1:1:3 te volbrengen, zijn zij bevoegd de verleende studiefaciliteiten - al dan niet tijdelijk - in te trekken. Deze intrekking vindt echter niet plaats, indien de ambtenaar aannemelijk maakt, dat de onregelmatige of onvoldoende studie het gevolg is van feiten of omstandigheden, die niet aan hem zelf zijn te wijten.
De ambtenaar is verplicht burgemeester en wethouders jaarlijks te informeren omtrent zijn studieresultaten, onder overlegging van de door het opleidingsinstituut verstrekte puntenlijsten e.d.. Hij is voorts verplicht alle inlichtingen te verstrekken, die burgemeester en wethouders voor de toepassing van dit hoofdstuk nodig achten.