Aan de ambtenaar kan, tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, buitengewoon verlof van korte duur met behoud van bezoldiging worden verleend voor:
het leiden of volgen van een cursus, gericht op vrijwilligers die zich met jeugd- en jongerenwerk bezighouden;
het leiden van een jeugdkamp of kindervakantie-activiteit als hoofdleider (leider-coördinator);
het assisteren van de hoofdleider van een jeugdkamp/kindervakantie-activiteit op basis van één vrijwillig medewerkende op elke 15 deelnemers, en één vrijwillig medewerkende op elke 3 deelnemers wanneer het een kamp/vakantie-activiteit betreft voor lichamelijk of geestelijk gehandicapte jeugd.
Voor de onder c. bedoelde gevallen kan alleen buitengewoon verlof worden verleend indien de aanwezigheid voor het welslagen van een jeugdkamp/kindervakantie-activiteit dringend gewenst is en geen andere persoon beschikbaar is.
Het buitengewoon verlof bedraagt voor de onder a. tot en met c. bedoelde gevallen telkens ten hoogste 36 uur bij een volledige betrekking, met dien verstande dat per kalenderjaar bij een volledige betrekking in totaal niet meer dan 72 uur kunnen worden toegekend. Het verlof komt voor de helft voor rekening van de werkgever en voor de helft voor rekening van de werknemer.
Een aanvraag om buitengewoon verlof moet tenminste twee maanden voordat het kamp/de activiteit een aanvang neemt, worden ingediend. Indiening dient namens de werknemer te geschieden: door het bestuur van:
de landelijke organisatie voor jeugd- en jongerenwerk die de cursus organiseert;
de landelijke instelling die kampen organiseert voor jeugd en jongeren;
de landelijke sportorganisatie (of de jeugdafdeling daarvan) als het kamp/de kindervakantie-activiteit uitgaat van een landelijke organisaties, of van een plaatselijke afdeling daarvan; door een provinciaal, regionaal of plaatselijke werkende instelling voor jeugd- en jongerenwerk, als het betreft niet landelijk georganiseerde jeugd- en jongerenwerk of kindervakantie-activiteiten.