Het salaris van de ambtenaar wordt bij voldoende bekwaamheid, geschiktheid en ijver binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag.
De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn aanstelling één jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar;
voor de ambtenaar die op het moment, van inwerkingtreding van deze regeling zijn periodieke verhogingen per 1 januari respectievelijk per 1 juli dan wel in de maand van zijn verjaardag geniet, blijft deze methodiek gehandhaafd.
Het tijdstip waarop ingevolge het tweede lid aan de ambtenaar voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.
De genoemde wachttijden van de periodieke verhogingen in de salarisschalen 1 t/m 5 van bijlage II van de CAR worden niet toegepast. Het salaris wordt derhalve ook voor deze schalen, voor de eerste maal na 1 jaar en vervolgens om het jaar verhoogd totdat het maximumsalaris in de voor de ambtenaar geldende schaal is bereikt.