De duur van de vakantie als bedoeld in artikel 6:2 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten wordt met 7,2 uur verhoogd als het salaris van de ambtenaar overeenkomt met een bedrag dat gelijk of hoger is dan het minimum van schaal 11A van bijlage IIa CAR.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder salaris verstaan het salaris als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten.
Als maatstaf ter berekening van de duur van de vakantie geldt het salaris, welke de ambtenaar op 1 januari van het betreffende kalenderjaar geniet, in geval van indiensttreding in de loop van dat jaar, het salaris op het tijdstip van indiensttreding.