De ambtenaar is gerechtigd 1ste klasse te reizen.
De vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer in verband met de dienstreis, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is gelijk aan het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met dien verstande dat de reiskostenvergoeding niet hoger is dan de reiskosten op basis van het openbaar vervoer 1ste klasse.