Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Achtergrond

Onderdeel van Helder en Haalbaar Handhaven

De gemeente Heerenveen is verantwoordelijk voor het handhaven van diverse wetten en regels. Naast landelijke wetgeving gaat het hierbij ook om gemeentelijke verordeningen, bestemmingsplannen en voorschriften die zijn verbonden aan vergunningen. Deze regels worden gesteld om bepaalde doelen te bereiken op bijvoorbeeld de gebieden leefbaarheid, veiligheid en gezondheid. Goede naleving is een belangrijke voorwaarde voor het bereiken van deze doelen. Naleving gebeurt niet altijd spontaan. De gemeente kan, met behulp van verschillende instrumenten, naleving stimuleren. Tot die instrumenten behoren ondermeer communicatie, toezicht en handhaving. In 2005 is, met de gemeentelijk beleidsnota Gericht Lokaal Handhaven, gestart met integrale handhaving volgens de cyclus van het “adequate handhavingsproces”. De opgave was/is te voldoen aan de kwaliteitseisen van het adequate handhavingsproces en thans de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In dit model heeft het handhavingsproces een doorlopend karakter. Het bestaat uit een beleids- én een uitvoeringscyclus. Meetbare handhavingsdoelstellingen (in termen van naleefgedrag) vormen de kern van het adequate handhavingsproces.(Zie Hoofdstuk 1.3 en 1.4.) De beleidsnota Gericht Lokaal Handhaven voorziet niet meer in de vereisten van de huidige context. Tal van ontwikkelingen nopen tot herijking van onze uitgangspunten, ambities en prioriteiten. Ter herijking van het gemeentelijk handhavingsbeleid en de uitvoering van de toezichts- en handhavingstaken is een evaluatie uitgevoerd over de periode 2005 – 2011. Hiervan is verslag gedaan in nota Evaluatie Handhavingsbeleid 2005/2011 (zoals vastgesteld door het college op 18 september 2012). De conclusies en inzichten in dit document markeren het verschil tussen de situatie en 2005 en de huidige context anno 2012. Hoofdconclusie is dat het hedendaags perspectief (bezuinigingen, deregulering, decentralisatie) vraagt om een ander soort handhaving: sober, scherp geprioriteerd, en (meer) uitgaand van vertrouwen in en zelfredzaamheid van burgers en bedrijven. Meer dan voorheen wordt prioriteit (bijna uitsluitend) gelegd bij de kernbepalingen Veiligheid en Gezondheid. Tegelijk is er besef dat ook andere zaken van belang worden geacht voor de leefbaarheid in onze gemeente (zoals bescherming cultureel erfgoed, welstand, waardevolle natuurgebieden, APV-onderwerpen in relatie tot leefbaarheid en hinder). Zulks op basis van bestuurlijk vastgestelde voorkeuren, passend binnen de beschikbare middelen. Tevens is onderkend dat de kernbepalingen binnen de prioritaire velden scherper omschreven en afgebakend moeten worden. De gemeentelijke organisatie, en de wereld om haar heen, is danig in beweging. De economische situatie, en de daaruit voortvloeiende verminderde inkomsten voor de gemeente, leiden tot bezuinigingen. De gemeente Heerenveen bevindt zich inmiddels in een derde bezuinigingsronde; een vierde ronde wordt verwacht (de totale bezuinigingenbelopen naar schatting ruim meer dan €15 miljoen). De bezuinigingen zullen deels gerealiseerd worden uit een verdergaande deregulering, waarvoor een gemeentebrede Visie en strategie is vastgesteld (besluit gemeenteraad: 27 juni 2011). De visie zal leiden tot een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen het overheidsdomein en het private domein (burgers, bedrijven, instellingen). De gemeente Heerenveen zal in haar taakopvatting terugtreden en meer eigen verantwoordelijkheid schenken aan, en zelfredzaamheid verlangen van burgers, bedrijven en instellingen, in combinatie met meer vertrouwen vanuit de gemeente. Uitvoeringsprocessen worden herontworpen, regels worden vereenvoudigd of afgeschaft. Ook zal een versobering van de uitvoering van (wettelijke) taken plaatsvinden. Dit zal resulteren - naast betere dienstverlening op de terreinen waar de gemeente zich nog een taak ziet - in ‘minder overheid’, minder regeldruk en administratieve lasten (minder kosten voor zowel de gemeente als het maatschappelijk veld), minder toezichtlast en dus ook: minder handhaving. Dit proces van deregulering is thans in volle gang, en heeft al tot diverse wijzigingen geleid in het domein van de fysieke omgeving (APV, overige wetten), andere vergaande aanpassingen zijn nog in ontwikkeling (bouwbeleid, bestemmingsplannen, welstand, cultureel erfgoed). De (handhavings)terreinen waar de gemeente zich wel een taak ziet worden uitgevoerd op een kwalitatief voldoende niveau. (Dus de gemeente gaat niet van alles ‘half’ doen, maar wat ze doet, goed doen.) Tegelijk komen er –vanuit de decentralisatie – nieuwe taken en ontwikkelingen af op de (handhavende) gemeente. Zo worden er op nieuwe terreinen handhavende taken (verplichtingen) aan de gemeente toebedeeld (bijvoorbeeld de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, de Drank- en horecawet), of wordt wetgeving, ook in handhavende zin, ingrijpend gewijzigd (Tweede tranche Activiteitenbesluit, Besluit landbouw milieubeheer). Vaak ook zonder dat er van rijkswege (voldoende) financiële middelen voor de uitvoering beschikbaar worden gesteld. De maatschappelijke tendens is een accentverschuiving van vergunningverlening naar handhaving, terwijl ook de mondige burger (die helaas niet altijd communiceert met zijn buren) steeds meer een beroep doet op de handhaving. Deze tegenstrijdige ontwikkelingen leiden ertoe dat handhaving onder spanning komt te staan. Dit dwingt naast deregulering tot verdergaande prioritering binnen de handhavingstaken. De gemeente kan niet (meer) overal verantwoordelijk voor zijn (of gehouden worden) en kan niet alles handhaven.

Rechtspraak bij dit artikel