Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Doel van deze beleidsnota

Onderdeel van Helder en Haalbaar Handhaven

Input voor deze beleidsnotitie is de hierboven genoemde nota Evaluatie Handhavingsbeleid 2005/2011. De beweegreden tot herijking van het handhavingsbeleid van de gemeente Heerenveen is in deze nota benoemd. Als toetssteen voor het gemeentelijk handhavingsbeleid is geformuleerd: Een helder en haalbaar geprioriteerde handhavingsuitvoering, sturend op naleefgedrag, met zo efficiënt mogelijke inzet op kernbepalingen in relatie tot de beschikbare capaciteit. De twee leidende principes hierin zijn: Sober maar kwalitatief handhaven, waar nodig en mogelijk op het wettelijk minimum-niveau. Meer vertrouwen in de samenleving bij de naleving van regels, maar dat er, wanneer dit vertrouwen beschaamd wordt, handhavend opgetreden kan worden. De bouwstenen in het handhavingsbeleid: soberheid kwaliteit eigen verantwoordelijkheid burgers en bedrijven kernbepalingen ‘Veiligheid’ en ‘Gezondheid’; heldere en haalbare prioriteiten; efficiënt; integraal; branchegerichte en thematische aanpak verminderen van de toezichtslast; binnen de beschikbare capaciteit. communicatie Doel en reikwijdte Deze nota – ‘Helder en Haalbaar Handhaven’- wenst te voorzien in de bovengenoemde punten. De reikwijdte is de fysieke leefomgeving; dus Wabo-breed, inclusief de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) en bijzondere wetten (DHW, Afvalstoffenverordening), met uitzondering van het kapbeleid en de in- en uitritten (toezicht en handhaving hierop zijn ondergebracht bij de afdeling IBOR van de Dienst Visie en Realisatie). Hij is bedoeld als kader voor de komende jaren, waarin veel aan verandering onderhevig zal zijn. Beleidsmatige aanpassingen en programmatische keuzes worden gemaakt in de jaarlijkse Handhavingsprogramma’s. Gezien de snel veranderende context krijgen beleid en uitvoering daarmee een dynamischer karakter. Naast eventuele beleidsmatige en programmatische aanpassingen worden in de jaarlijks vast te stellen handhavings-programma’s ook de doelen opgenomen, de planning en de middelen (geld, formatie) die nodig zijn voor bereiking daarvan. Hoogste bestuurlijke prioriteit heeft het voorkomen of beëindigen van veiligheids- en gezondheidsrisico’s (o.a. directe schade aan het leefmilieu, constructief afwijkende bouw, brandveiligheid, gezondheid). Andere handhavingstaken worden (binnen de grenzen van de beschikbare capaciteit) bepaald op basis van politiek/bestuurlijke voorkeur. Sober wil in dit verband zeggen dat de gemeente, gezien haar financiële beperkingen, niet (meer) over de volle breedte van al de haar toebedeelde handhavingstaken kan handhaven. Per beleidsveld worden scherpe prioriteiten gesteld. Dit gebeurt afgewogen en gericht op basis van een risicoanalyse. Binnen de benoemde prioriteiten wordt ook weer op de kernbepalingen (Veiligheid en Gezondheid) gedifferentieerd (d.w.z. dat binnen de als prioritair benoemde velden, de aandacht primair uitgaat naar regelgeving die gericht is op het voorkomen van veiligheids- en gezondheidsrisico’s - bijvoorbeeld de constructieve- of brandveiligheidsregels voor bouwwerken). Voor alle duidelijkheid: het gaat om veiligheid en gezondheid die binnen het werkterrein van de Wabo en de afdeling Handhaving vallen. Verkeersveiligheid, bijvoorbeeld, valt daar niet onder. Tegelijk is er besef dat ook andere zaken van belang worden geacht voor de leefbaarheid in onze gemeente (zoals bescherming cultureel erfgoed, welstand, waardevolle natuurgebieden, APV-onderwerpen in relatie tot leefbaarheid en hinder). Ook hierin worden afgewogen (politiek/bestuurlijke) keuzes gemaakt, binnen de ons ter beschikking staande middelen. Tevens zal, in het licht van de gemeentelijke nota Visie en strategie deregulering (2011), alsmede de financiële positie van de gemeente, net als op andere terreinen ook in het toezicht en handhaving, meer vertrouwen gelegd worden bij het maatschappelijke veld, en meer eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid worden verwacht van burgers, instellingen en bedrijven. Op de terreinen waarvoor vanuit de risicoanalyse (prioriteiten) of vanuit bestuurlijke voorkeuren zijn gekozen, plegen wij toezicht en handhaving op een voldoende kwalitatief niveau (leidraad hiervoor zijn de zgn. KPMG-criteria, zie Hoofdstuk 4.2). Deze ontwikkeling, en een al binnen de afdeling Handhaving zich over de laatste jaren voltrekkende cultuurwijziging richting minder repressief optreden en meer in overleg met partijen zoeken naar een goede oplossing, maakt dat er meer ingezet moet worden op handhavingscommunicatie. Communicatie is een probaat, preventief instrument, speelt ook bij repressieve handhaving een rol, plus is nuttig om de inzet en resultaten van onze toezichts- en handhavingsactiviteiten zichtbaar te maken. Tevens moet aan burgers/ondernemers duidelijk worden gemaakt wat de veranderende onderlinge rol is, waar de gemeentelijke prioriteiten liggen, wat er van de gemeente verwacht mag worden, en wat niet. Meer hierover in Hoofdstuk 3. Hierin zal, gezien de te verwachten efficiencyslag, maar met de kanttekening dat wij niet over toerijkende middelen beschikken, meer geïnvesteerd moeten worden. (Zie hiervoor Hoofdstuk 3.1 en Hoofdstuk 4.2) Naast het terrein van de Wabo zijn ook andere handhavingstaken bij de gemeente ondergebracht (bijvoorbeeld ten aanzien van de Wet werk en bijstand), waarvan de toezicht en handhaving van de Leerplichtwet en de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen ook ressorteren onder de afdeling Handhaving. Deze taakvelden kennen een eigen wijze van handhaven, neergelegd in separate (beleids)nota’s (zoals de Visie Leerplicht en Nota Toezicht en Handhaving Kwaliteit Kinderopvang en Peuterspeelzalen); en een eigen wijze van verslaglegging/verantwoording. Dit geldt ook voor de in- en uitritten en het kapbeleid. Deze taakvelden vallen buiten het bereik van deze beleidsnotitie.

Rechtspraak bij dit artikel