Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Externe partners / Samenwerkingsvormen

Onderdeel van Helder en Haalbaar Handhaven

Provinsje Fryslân Sinds het traject Professionalisering van de milieuhandhaving (Besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer, 2005) voert de provincie vanuit haar regierol interbestuurlijk toezicht uit op het gemeentelijke beleid en uitvoering van de milieuhandhaving. Met de inwerkingtreding van de Wabo (oktober 2010) is deze rol verbreed naar geheel het terrein van het omgevingsrecht. Per 1 oktober 2012 is de Wet revitalisering generiek toezicht in werking getreden. Met deze wet is het interbestuurlijk toezicht op de provincies en gemeenten sterk vereenvoudigd, en gebaseerd op vertrouwen. Het interbestuurlijk toezicht is per 1 oktober 2012 in beginsel belegd bij de bestuurslaag die een niveau hoger ligt. Dit betekent dat het provinciebestuur toezicht houdt op de gemeente en dat het rijk toezicht houdt op de provincie. De provincies zijn dan, bijvoorbeeld over omgevingsvraagstukken, de toezichthouder op gemeenten. De rijksinspectie (ILT) treedt terug. In gevallen waar de provincie geen taak en expertise heeft, blijft het toezicht op de gemeente bij het rijk. Hierbij gaat het vooral om de naar gemeenten gedecentraliseerde taken zoals jeugdzorg en sociale werkvoorzieningen. Ingrijpen in het kader van interbestuurlijk toezicht is alleen nog aan de orde als een gemeente of provincie in strijd handelt met het recht of het algemeen belang, of als medebewindstaken niet goed worden uitgevoerd. Dan zijn alleen generieke instrumenten als ‘indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing’ en ‘schorsing en vernietiging’ te gebruiken. Bij indeplaatsstelling neemt de naasthogere overheid de taken over. Bij schorsing en vernietiging wordt een besluit ongedaan gemaakt. Aan de wijziging van het interbestuurlijk toezicht zijn twee belangrijke randvoorwaarden verbonden: de controlerende positie van de raad moet verstevigd worden en de verantwoording moet zoveel mogelijk transparant en openbaar zijn. (Dit is op zich niet nieuw, met de dualisering van de Gemeentewet is de controlerende rol van de gemeenteraad al een belangrijk onderdeel van de verantwoordingsstructuur van de gemeente. Ook de rechtmatigheidsslag, welke in 2005 is gemaakt naar aanleiding van de verscherpte accountantscontrole, heeft daartoe bijgedragen.) De relatie met de provincie is momenteel dus aan verandering onderhevig. De provinsje Fryslân richt zich minder op het interbestuurlijk toezicht van de kwaliteitseisen aangaande de beleidscyclus en meer op de Wabo-brede inhoud. De terreinen buiten het milieu zijn tamelijk nieuw voor de provincie en zij wil hier samen met gemeenten meer afstemming zoeken in de richting van integraliteit en kwaliteit. Onderdeel hiervan vormt het eerder genoemde implementatietraject VTH kwaliteit (vergunningen, toezicht en handhaving), en de daaraan gekoppelde kwaliteitseisen die in 2015 rechtskracht krijgen. In het kader van de Wabo is er een Friese Samenwerkingsovereenkomst Wabo (SOK , juni 2010) tussen provinsje Fryslân, gemeenten en Wetterskip Fryslân gesloten. Deze bevat ook een Protocol toezicht en handhaving. Het doel van deze overeenkomst is om samenwerking tussen betrokken overheden zo efficiënt en effectief mogelijk te laten verlopen. De overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd, en eindigt in principe op het moment dat in Fryslân een regionale uitvoeringsdienst operationeel is. Deze zal er volgens planning medio 2013 moeten zijn. Zie hieronder. Het is nog onduidelijk wat de status is van de overeenkomst voor organisaties die er voor kiezen om beperkt te participeren in de regionale uitvoeringsdienst. Fries Handhavingsoverleg (FHO) In het Fries Handhavingsoverleg participeren 41 Friese handhavingsorganisaties waaronder de thans 27 Friese gemeenten, Wetterskip Fryslân en provincie Fryslân, maar ook andere organisaties, zoals de politie en Staatsbosbeheer nemen aan dit overleg deel. De Friese handhavingspartners hebben jaarlijks een overleg over de milieuhandhaving (FHO). In 2008 is gezamenlijk besloten een samenwerkingsprogramma in het leven te roepen dat pragmatisch is, en zorgt voor draagvlak bij de deelnemende instanties voor een verdere samenwerking. Het programma bestaat uit een aanbod van projectmatige activiteiten die gericht zijn op de Friese behoeften, op de eigen én gezamenlijke (ook landelijke) prioriteiten. Middels een intekenlijst kan elke organisatie een keuze maken aan welke projecten zij wil deelnemen en hoeveel capaciteit zij hierop wil inzetten. Zie voor de Heerenveense deelname hieronder bij Samenwerkingsprojecten. Provinciale Samenwerkingsprojecten In het Programma handhavingssamenwerking Fryslân is een aantal samenwerkings-projecten beschreven. Hierop kan ingetekend worden voor deelname. Er wordt onderscheid gemaakt naar: Beheersprojecten (b.v. vuurwerk, ketenhandhaving asbest), Uitvoeringsprojecten (b.v. bovengrondse brandstoftanks) en Ontwikkelprojecten (b.v. ketentoezicht grondstormen, of integrale handhaving). Een aantal projecten draagt bij aan onze beleidsdoelen en prioriteiten. Toekomstige deelname van de gemeente Heerenveen aan deze projecten zal worden getoetst aan de kernbepalingen Veiligheid en Gezondheid, alsmede de te verwachten meerwaarde voor de gemeente Heerenveen. Gezamenlijke bereik- en beschikbaarheidsregeling milieucalamiteiten Tevens is de gemeente Heerenveen ondertekenaar van het Fries Protocol Asbestbranden, en wordt sinds eind 2010 deelgenomen aan de gezamenlijke bereik- en beschikbaarheidsregeling voor milieucalamiteiten (w.o. asbestbranden). Hiervoor is een Dienstverleningsovereenkomst getekend met de MAD (Milieuadviesdienst te Leeuwarden). Onze gemeente stelt twee toezichthouders milieu beschikbaar (ook buiten kantooruren) voor de piketdienst. Deze worden jaarlijks elk vier keer voor een week ingeroosterd (dus totaal 8 weken stand-by). Beide toezichthouders hebben hiervoor een tweede dienstverband gekregen bij de MAD. Voordelen van deze regeling zijn, naast dat een ‘hard piket’ is gerealiseerd voor milieucalamiteiten, en invulling wordt gegeven aan het Fries Protocol Asbestbranden, er bovendien samenwerking en afstemming is met andere (deelnemende) gemeenten en de provinsje. Met de komst van de FUMO (zie hieronder) zal de MAD daar in zijn geheel in opgaan. De voorkeur is dat de piketregeling binnen deze structuur wordt voortgezet. Regionaal milieuoverleg In de regio de Friese Wouden vindt samenwerking plaats in de vorm van het regionaal milieuoverleg. Hieraan nemen deel de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Heerenveen, Smallingerland, Achtkarspelen, Tytstjerksteradiel en Opsterland. In het overleg vindt onder andere afstemming plaats op het gebied van handhaving. Zonodig worden andere partijen zoals het Wetterskip, de politie, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT, voorheen VROM-inspectie) of de provinsje uitgenodigd voor deelname aan dit overleg. Wat, na de komst van de FUMO, de status zal zijn van de gemeenschappelijke regeling regio de Friese Wouden (waarin ook Servicebureau de Friese Wouden, voor geluidmeting en –advisering), is, door het mogelijk achterblijven van de OWO-gemeenten (Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland), nog onduidelijk. Deze gemeenten hebben aangegeven niet mee te gaan in de FUMO. Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) “De handhaving van de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht laat te wensen over. Dat blijkt uit onderzoek.” Aldus de openingszinnen van het rapport “De tijd is rijp” van de Commissie Herziening Handhavingsstelsel VROM-regelgeving (commissie Mans – juni 2008). Als gevolg hiervan werden gemeenten en provincies verplicht tot samenwerken in regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s) om de kwaliteit van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van milieugerelateerde uitvoeringstaken te verbeteren. Voor de vorming van de RUD’s hebben het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Unie van Waterschappen en het Rijk (VROM, Justitie, BZK) samen het Programma Uitvoering met Ambitie (PUmA) ontwikkeld. Binnen het programma worden de acties uitgewerkt die zijn afgesproken in de package deal van 2009. Dit is een door Rijk, IPO en VNG gesloten gezamenlijke overeenkomst, waarin de naar de RUD over te hevelen taken zijn vastgelegd. Op basis hiervan is in Fryslân onderzocht op welke wijze de uitvoering het best vorm gegeven zou kunnen worden. In Friesland is dit uitgewerkt naar een provinciaal dekkende Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO), met een minimaal-plus basistakenpakket, die medio 2013 operationeel moet zijn. In de minimaal-plus variant (de plus zit hem in de taken van de Regio’s die meegaan, het gaat dan om geluid en luchtkwaliteit) zou er voor de gemeente Heerenveen, qua (milieu)vergunningen en handhaving 1,1 fte mee gemoeid zijn, die overgaat naar de FUMO. Dus voor handhaving naar schatting 0,6 fte. Consequentie is ook dat de handhavingsbevoegdheid van de provincie grotendeels overgaat naar de gemeenten. Voor de FUMO ligt er inmiddels een bedrijfsplan (deze beschrijft de invulling van organisatorische, juridische en financiële aspecten) en een concept gemeenschappelijke regeling. De gemeenteraad heeft toestemming verleend (raadsvergadering 15 oktober 2012) voor deelname aan de gemeenschappelijke regeling FUMO. Voor de gemeente Heerenveen betekent de FUMO een extra structurele last van ca. € 25.000 jaarlijks. De totstandkoming van de FUMO ligt op schema. Marinus van der Wal uit Oude Pekela wordt de directeur van de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO). De directeur is gestart op 1 april 2013. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de Friese uitvoeringsdienst definitief wordt gehuisvest in Grou. De FUMO gaat, zoals het nu lijkt, in het laatste kwartaal van dit jaar in bedrijf. Onlangs nam het Algemeen Bestuur kennis van de wil tot toetreding tot de FUMO van de drie OWO-gemeenten (Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland). Deze gemeenten dienden, net als enkele andere deelnemers van de huidige FUMO, een aantal verbetervoorstellen in voor de gemeenschappelijke regeling (GR). Het Algemeen Bestuur heeft kennis genomen van deze voorstellen. In de loop van dit jaar bespreekt het AB alle ingebrachte verbetervoorstellen. Deze worden gewogen en behandeld met als doel om tot een definitieve FUMO GR-tekst te komen. Deze definitieve tekst wordt vervolgens aan alle deelnemende colleges, raden, staten en besturen ter goedkeuring voorgelegd. Voorts is het belangrijk te memoreren dat de FUMO een uitvoeringsorganisatie is; richting en beleid ten aanzien van die uitvoering worden bepaald door de gemeente. Dit betekent dus met inachtneming van de door de gemeente Heerenveen benoemde doelen en prioriteiten, en verslaglegging daarover ten behoeve van onze monitoring. Politie Uiteraard is er ook een goed contact en samenwerking met het politieteam Heerenveen (o.a. over handhaving van evenementen) en het OM (‘driehoeksoverleg’). De kerntaken van de politie staan in de Politiewet 1993. Het zijn er vier: Handhaving van de openbare orde Opsporing van strafbare feiten Hulpverlening bij nood Signalering van en advisering bij (on)veiligheidssituaties Het werk van de politie bestrijkt een breed palet, en heeft (deels) een verbinding met het integrale veiligheidsbeleid van de gemeente Heerenveen. Er zijn hierbinnen gezamenlijke prioriteiten. Raakvlakken met de afdeling Handhaving zijn er waar het gaat om toezicht en handhaving van APV-regels, de horeca en evenementen. Ook worden zowel gemeente als politie ingeroepen bij overlast en burenruzies. De taakstelling van de politie is breed, de capaciteit echter beperkt. Hierdoor zien wij bij de politie een zelfde beweging als bij de gemeente: een (op grond van risico-inschatting en prioriteiten) terugtreden uit bepaalde domeinen (vooral de APV). Om ongewenste leemtes in de toezicht en handhaving te voorkomen, is hierover goed onderling contact nodig – hetgeen ook gebeurt op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau. Heerenveen kent veel evenementen waarvoor politie-inzet gewenst is, zoals de voetbalwedstrijden van sc Heerenveen. (Er is een Convenant Betaald Voetbal 2012-2013, ondertekend door: sc Heerenveen, gemeente Heerenveen, Politieteam Heerenveen, OM arrondissement Leeuwarden en Veiligheidsregio Fryslân.) Het aantal evenementen neemt toe (en daarmee ook de risico’s op geluidsoverlast). De samenwerking tussen politie en gemeente is belangrijk, en staat omschreven in het gemeentelijk evenementenbeleid en in de nota “Regionale aanpak evenementen Fryslân – Een gecoördineerde aanpak van evenementen” (maart 2012) van de Veiligheidsregio Fryslân. Het voldoen aan de vergunningvoorschriften en het bewaken van de orde en veiligheid op en in de directe omgeving van het evenemententerrein is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de organisatie. De controle op de vergunningvoorschriften (o.a. geluidsvoorschriften, eindtijd) is des gemeentes. De politie draagt in eerste instantie zorg voor het toezicht en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Het politieteam Heerenveen verricht zo nodig ondersteuning bij gemeentelijke handhaving, bijv. bij controles op geluidsoverlast van horeca, of overtreding van de sluitingstijd van horeca of evenementen. Over (grootschalige) evenementen is de politie altijd in gesprek met de organisatie en de gemeente (o.a. in de ‘driehoek’). De politie heeft hierin een adviesfunctie, maar kan ook voorwaardenstellend zijn. De politie participeert ook in de ontwikkeling van het nieuwe gemeentelijk Evenementenbeleid. Tevens is er wekelijks overleg over openbare veiligheid, ten burele van de burgemeester, in aanwezigheid van de teamchef politie Heerenveen, afdelingshoofd Handhaving en de specialist Vieligheid. Zo houden we de vinger aan de pols. Verder is het nuttig en belangrijk om jaarlijks, bij het opstellen van de werkplannen afstemming te hebben over de wederzijdse prioriteiten en activiteiten. Dit gebeurt in september/november. In het project Buurtbemiddeling vindt samenwerking plaats tussen politie, de beide Heerenveense woningbouwcorporaties, Caleidoscoop Welzijnsorganisatie en de gemeente Heerenveen. De zes wijkagenten van het politieteam Heerenveen spelen hierin een belangrijke signalerende functie. Vanaf 1 januari 2013 is er de Nationale Politie. De provincie Fryslân vormt samen met de provincies Groningen en Drenthe de Regionale Eenheid Noord Nederland, een van de tien regionale eenheden. In Fryslân heeft dat geleid tot 6 politieteams. Heerenveen vormt samen met de beide Stellingwerven één nieuw team. Regionaal Milieuteam Politie Fryslân (RMT) Milieudelicten zijn gevaarlijk voor de gezondheid en veiligheid van mens en dier. Bij milieudelicten gaat het meestal om economische misdrijven. De overtreding wordt dan begaan om geld te verdienen. Milieuovertredingen zijn meestal strafbaar gesteld in de Wet op de Economische Delicten. Een boer die bijvoorbeeld de mestwetgeving overtreedt kan, op basis van de Wet op de Economische Delicten, worden vervolgd. Maar ook een overtreding van milieuwetgeving, de Woningwet, of het Vuurwerkbesluit is een economisch delict. De tien meest voorkomende milieuovertredingen zijn: Geluidsoverlast Achterlaten van (huis)vuil op straat Illegaal vuurwerk bezitten In bezit hebben (of willen verkopen) van bedreigde dier- en plantensoorten Stropen van dieren Illegale bomenkap (Illegale) asbestverwijdering Chemisch afval lozen op bodem of in (grond)water (door bijvoorbeeld gevelreiniging) Afval storten/verbranden Storten van gier in sloten. Op landelijk niveau is er de Inspectiedienst Leefomgeving en Transport (ILT) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Deze controleert en inspecteert de grote bedrijven op misstanden en het overtreden van de milieuwetten. Op lokaal niveau is dat een taak van de milieuhandhaving van de gemeente. De afdeling Handhaving werkt samen met het Regionaal Milieuteam (RMT). Is bijvoorbeeld een bedrijf zijn vergunningsvoorschriften niet nagekomen, dan kan de milieupolitie een proces-verbaal opmaken, waarna het openbaar ministerie het bedrijf vervolgt. De gemeente kan door een dwangsom het bedrijf dwingen toch aan de vergunningsvoorschriften te voldoen. De politie besteedt op drie niveaus aandacht aan milieudelicten: eenvoudige delicten, zoals zwerfvuil, afval lozen in wateren, verbranden van afval en geluidsoverlast. Iedere politiefunctionaris kan hiertegen optreden. middelzware delicten, zoals het illegaal dumpen van afval, het in bezit hebben van bedreigde dier- en plantensoorten, en handel in illegaal vuurwerk. Milieurechercheurs verrichten zelfstandig onderzoek naar het delict; zwaardere delicten. Hierbij werkt de politie samen met andere opsporingsdiensten of ministeries. Zware milieudelicten zijn vaak nauw verbonden met delicten als fraude, oplichting en valsheid in geschrifte. De werkverdeling daarbij is dat het opsporen en bestrijden van (middel)zware milieucriminaliteit gebeurt door een Regionaal Milieuteam. Vanuit de gemeente is er samenwerking met het RMT bijvoorbeeld in de actie Jiskefet, opslag vuurwerk, ketentoezicht grondstromen. Ook bij de Milieupolitie speelt de landelijke reorganisatie. Het RMT Fryslân vormt, samen met de provincies Groningen en Drenthe, de Eenheid Noord Nederland. Wetterskip Fryslân Wetterskip Fryslân is het waterschap voor de gehele provincie Fryslân. Het Wetterskip draagt van oudsher de zorg voor alle dijken in en om Fryslân en is daarnaast ook verantwoordelijk voor het kwantitatieve en kwalitatieve beheer van het oppervlaktewater binnen zijn beheersgebied. Het beleidsmatig kader van het Wetterskip is op bestuurlijk niveau neergelegd in het Waterbeheerplan 2010-2015. Daarin zijn de organisatiedoelstellingen beschreven voor de beheers- en uitvoeringstaken. Het Wetterskip verdeelt zijn taken in een drietal, centrale thema’s: Veiligheid (beheer en onderhoud van de waterkeringen). Voldoende water (peilbeheer centraal, zoals aanleggen voldoende waterbergingen). Schoon water (algemene waterkwaliteit, zwemwater, blauwalg, botulisme, waterzuivering). Ook de toezicht- en handhavingswerkzaamheden van het Wetterskip worden langs de lat van deze drie thema’s gelegd. Belangrijke taak daarbij is het toezicht op de directe en indirecte lozingen. Het Wetterskip heeft twee inspecteurs belast met het rayon waar de gemeente Heerenveen binnen valt. Deze inspecteurs werken regelmatig samen met de milieu-inspecteurs van de afdeling Handhaving. Reeds met de inwerkingtreding van de Waterwet in 2009 is de gemeente het bevoegd gezag geworden voor alle indirecte lozingen, ook waar deze bevoegdheid voorheen lag bij het Wetterskip. Voor direct lozingen ligt de bevoegdheid bij het Weterskip. (Een indirecte lozing is een lozing die niet direct op het oppervlaktewater uitkomt, maar wordt geloosd via een bedrijfsriolering of ander tussenliggend (zuiverings)werk van een bedrijf. Directe lozingen zijn lozingen die rechtstreeks door het bedrijf, al dan niet na passage van een zuiveringstechnische werk van het bedrijf zelf, op het oppervlaktewater worden geloosd.) Sinds 2010 is de bevoegdheid vanuit de Waterwet meegenomen in de Wabo. In de Friese samenwerkingsovereenkomst Wabo (SOK, 1 juni 2010) zijn afspraken gemaakt tussen provinsje Fryslân, de gemeenten en Wetterskip Fryslân over onderlinge samenwerking, ondersteuning en advisering. Met het Wetterskip zijn afspraken gemaakt over zijn adviserende rol bij zowel de vergunningverlening als bij het toezicht en handhaving van deze vergunningen. De onderlinge contacten worden vanuit beide zijden als zeer positief ervaren. In 2011 heeft Wetterskip Fryslân de intentie uitgesproken te participeren in de FUMO. Het Wetterskip is voornemens zijn adviserende taken met betrekking tot vergunning-verlening en toezicht op indirecte lozingen onder te brengen bij de FUMO. De taken aangaande directe lozingen blijven bij het Wetterskip. Het Wetterskip heeft laten weten niet gelukkig te zijn met de in deze beleidsnota opgenomen lage prioriteit t.a.v. de diverse lozingen. Aldus de waterbeheerder is er “met elkaar veel mogelijk”. De gemeente Heerenveen zal die samenwerking blijven zoeken. Tot slot is het Wetterskip, als beheerder van de waterkwaliteit, in zijn hoedanigheid als ‘belanghebbende’ betrokken bij de bestuursrechtelijke procedures inzake indirecte lozingen.

Rechtspraak bij dit artikel