Voor de bepaling van het recht is de situatie op de peildatum bepalend.
Gezinssituatie: ingeval van (voormalig) echtpaar - voorwaarden
Uitgangspunt is dat beide echtelieden los van elkaar aan de voorwaarden voor de toeslag moeten voldoen.
Als op de peildatum de relatie verbroken is, is sprake van een alleenstaande of alleenstaande ouder.
Deze heeft dan recht op ldt indien hij/zij zelf aan de voorwaarden voldoet. Uiteraard blijft de eis van “60 maanden een inkomen op het minimum niveau te hebben gehad” van kracht uitgaande van de feitelijke situatie tijdens de referte periode.
Gezinssituatie: ingeval van echtpaar – leeftijdsgrens
Indien een echtpaar of samenwonenden een ldt aanvragen waarvan de ene persoon 65 jaar of ouder is en de andere jonger dan 65 jaar is, komen zij niet in aanmerking voor de ldt. De oudste partner ontvangt nl. AOW-uitkering en komt daarmee in aanmerking voor de oudertoeslag (fiscale heffingskorting). Daarmee heeft hij een inkomen dat gelijk is aan de WWB-uitkering voor een echtpaar jonger dan 65 jaar die een ldt krijgt.
Indien één van de echtelieden beneden de 23 jaar is, bestaat er geen recht op ldt.
Beide echtelieden moeten immers los van elkaar aan de voorwaarden voor de toeslag voldoen.
Artikel 1.g
Begripsbepaling Peildatum
Onderdeel van Beleidsregels behorende bij de verordening Langdurigheidstoeslag Hilversum 2009