Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Wijze van meten

Onderdeel van Afwijkingenbeleid-bebouwde kom, herziening 2013

Artikel 2.12 lid 2 Wabo, artikel 2.12 lid 3 Wabo en artikel 2.12 lid 2 Wabo Bij toepassing van deze beleidsregels, moet de volgende wijze van meten worden toegepast: bebouwde oppervlakte: de buitenwerks gemeten oppervlakte van het op één bouwperceel staande c.q. op te richten gebouw,gebouwencomplex of ander bouwwerk, gemeten op één meter boven peil. bebouwingshoogte/hoogte: de hoogte in meters van het hoogste punt van een bouwwerk, gemeten vanaf peil, met dien verstande, dat bij de meting van de bebouwingshoogte van een gebouw schoorstenen, lichtkoepels balkonhekken en andere ondergeschikte bouwdelen buiten toepassing blijven; diepte van aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw: de afstand gemeten vanaf het verste punt van het bouwwerk loodrecht op de gevel waartegen het bouwwerk wordt aangebouwd; afstand van een gebouw tot een zijdelingse perceelsgrens: de afstand gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw loodrecht op de zijdelingse perceelsgrens; goothoogte: de hoogte in meters van de druiplijn, de bovenkant van de goot, het boeiboord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel, gemeten vanaf peil. peil: 1. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel