**1..** De afdoening houdt in dat de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis wordt gesteld van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht, het oordeel daarover en de eventuele conclusies die daaraan worden verbonden als bedoeld in artikel 9:12 van de Awb.
**2..** De afdoening van de klacht vindt plaats door:
de afdelingsmanager, namens het college, indien de klacht de gedraging van een ambtenaar van een afdeling of het handelen van een afdeling(onderdeel) betreft;
de gemeentesecretaris, namens het college, indien de klacht de gedraging van een afdelingsmanager of een concerndirecteur betreft;
de voorzitter van de (advies)commissie indien de klacht de gedraging van een (advies) commissie of een persoon werkzaam onder de verantwoordelijkheid daarvan betreft;
de burgemeester indien de klacht de gedraging van het college, de raad of een persoon werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de raad betreft;
de vice-voorzitter van de raad indien de klacht de gedraging van de burgemeester in diens hoedanigheid van voorzitter van de raad betreft;
de loco-burgemeester indien de klacht de gedraging van de burgemeester in diens hoedanigheid van vertegenwoordiger van de gemeente of lid van het College betreft;
**3..** In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt de klacht door een andere ambtenaar afgedaan als betrokkenheid bij de klacht een objectieve klachtbehandeling in de weg staat of als daar anderszins aanleiding voor is.
**4..** Degene die de klacht heeft afgedaan, zendt het origineel van de afdoeningsbrief naar de klager en een kopie naar de beklaagde, diens leidinggevende, de klachtencoördinator en de klachtenambtenaar die de klacht heeft onderzocht.