Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Het functioneringsgesprek (hoe)

Onderdeel van 51.1 Regeling voor functionerings-, beoordelings- en loopbaangesprekken

In het functioneringsgesprek komen tenminste aan de orde: de functie?inhoud, de functievervulling, de beleving van de functie, de werksituatie, de opleiding, vorming en training, de toekomstverwachtingen. Bij het functioneringsgesprek wordt gebruik gemaakt van een gespreksformulier waarvan het model door burgemeester en wethouders is vastgesteld. Het gespreksformulier wordt door de directe chef tijdens het functioneringsgesprek in samenspraak met de medewerker volledig ingevuld en door beiden voor akkoord getekend. Een afschrift van het gespreksformulier wordt door de directe chef toegezonden aan de naast hogere chef. Een voortgangscontroleformulier wordt door de directe chef verzonden aan de chef van de afdeling P&O ter initiëring van activiteiten in het personeelswerk dan wel ter ondersteuning daarvan en ter archivering. Een kopie van het gespreksformulier wordt binnen tien dagen door de directe chef aan de medewerker verstrekt. Het gespreksformulier draagt een vertrouwelijk karakter. Onverminderd het bepaalde in het vierde lid, is inzage in het gespreksformulier slechts toegestaan aan het hoofd van dienst en de chef van de afdeling P&O en/of de beoordelingsadviseur. De bewaartermijn van het gespreksformulier bedraagt zes jaar. Na afloop van de in het vorige lid genoemde termijn of zoveel eerder als de medewerker de dienst heeft verlaten, wordt het gespreksformulier vernietigd. De directe chef legt jaarlijks aan zijn naast hogere chef een verklaring af met een korte toelichting per medewerker op het functioneren en de gemaakte afspraken.

Rechtspraak bij dit artikel