Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Het beoordelingsgesprek (wanneer)

Onderdeel van 51.1 Regeling voor functionerings-, beoordelings- en loopbaangesprekken

Alvorens aan burgemeester en wethouders voorstellen worden gedaan met betrekking tot de rechtspositie en de bezoldiging van een medewerker (zoals aanstelling in vaste dienst, plaatsing in een hogere salarisschaal en dergelijke) wordt, behoudens de beperking in het derde lid, met de medewerker een beoordelingsgesprek gehouden, tenzij een maximaal twee jaar geleden vastgestelde beoordeling voor handen is. Bovendien wordt, behoudens de beperking in het derde lid, een beoordelingsgesprek gehouden op momenten dat chef en/of medewerker dat nodig achten. Het tijdvak, waarover een beoordeling wordt opgemaakt, omvat ten hoogste twee jaar en ten minste zes maanden en strekt zich niet uit over een periode waarover reeds een beoordeling is opgemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel