De ambtelijke organisatie geeft invulling aan de politieke
doelstellingen van de gemeente. Zij zal de maatschappelijke
problemen en kansen, sterke en zwakke punten van Goes verkennen en
analyseren en tot beleidsvoorbereiding en –uitvoering komen. De
beleidsbepaling ligt in beginsel bij het bestuur, de
beleidsvoorbereiding en -uitvoering bij het ambtelijk apparaat. Deze
verdeling van verantwoordelijkheden is kenmerkend voor een
overheidsorganisatie. De uitoefening van deze verantwoordelijkheden
wijkt in de praktijk soms af van de genoemde verdeling en vindt
plaats in een natuurlijk spanningsveld tussen bestuur en
ambtenaren.
Uitgangspunten voor het functioneren van de organisatie zijn:
Externe oriëntatie: Organisatie en medewerkers
hebben een open venster naar de maatschappij in het algemeen
en naar de Goese samenleving in het bijzonder. Gemeentelijk
beleid en gemeentelijke voornemens worden voortdurend
getoetst aan de dynamiek in de samenleving. De horizon reikt
daarbij verder dan de gemeentegrenzen. Het Europees,
landelijk en provinciaal beleid, dat voortdurend in
ontwikkeling is, is daarbij zeer belangrijk. Ook de
ontwikkelingen in de regio vormen een belangrijk
referentiekader voor de gemeentelijke positie.
Toekomstgerichte strategiebepaling: Naast de zorg
voor de dingen van de dag is er structureel aandacht voor
koersbepaling in toekomstperspectief. Voor daarvoor in
aanmerking komende beleidsterreinen worden op hoofdlijnen de
gewenste ontwikkelingen en meetbare doelstellingen
aangegeven.
Resultaatgerichtheid: Organisatie en medewerkers
hebben vooral oog voor concreet te leveren producten en
beleidsresultaten. Beleidsvoornemens worden binnen de
daarvoor bepaalde tijd zo doelmatig mogelijk
uitgevoerd.
Mensgerichtheid: Elk handelen binnen en door de
ambtelijke organisatie gebeurt in het besef dat de mens
centraal staat en dat iedere medewerker of medewerkster
vanuit zijn of haar mogelijkheden en omstandigheden naar eer
en geweten een bijdrage levert aan het bereiken van
gezamenlijke doelen.
Flexibiliteit en consistentie: De organisatie
wordt gekenmerkt door een dynamische mentaliteit,
slagvaardigheid en veranderingsbereidheid. Op nieuwe
problemen en kansen wordt flexibel gereageerd. Dit laat
onverlet dat de gemeente voor het maatschappelijk initiatief
een betrouwbare partner moet zijn. Het gemeentelijk gedrag
is transparant en consistent en gaat uit van het
gelijkheids- en rechtvaardigheidsbeginsel. Uitzonderingen
vinden hun rechtvaardiging alleen in bijzondere
omstandigheden.
Streven naar kwaliteitsverbetering: Er is
systematisch aandacht voor mogelijkheden tot verbetering van
de kwaliteit, zowel van de producten en diensten als van de
bedrijfsvoering. Het ambtelijk apparaat is attent op kansen
om producten en diensten te verbeteren dan wel sneller of
goedkoper tot stand te brengen. Er dient een periodieke
herijking te zijn van de gewenste producten. In het kader
van het kwaliteitsbeleid zullen kwaliteitsdoelstellingen
worden geformuleerd.
Managementstijl: De managementstijl dient open,
zakelijk en mensgericht te zijn. Het management stelt zich
open en kwetsbaar op. Het management motiveert, biedt
ontplooiingsmogelijkheden aan medewerkers en doet een beroep
op de kwaliteiten van de medewerkers. Het management zal een
evenwicht nastreven tussen de eigen ruimte en werkwijze van
de medewerkers enerzijds en het zakelijk beoordelen van de
resultaten anderzijds. Dit betekent een evenwicht tussen
resultaatgerichtheid en mensgerichtheid. Deze
managementstijl blijkt onder andere uit het betrekken van
medewerkers via werkoverleg bij de te volgen werkwijzen, de
te behalen resultaten en de na te streven
kwaliteitsverbeteringen.