Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Uitgangspunten voor de ambtelijke organisatie

Onderdeel van 53.1 Organisatieverordening

De ambtelijke organisatie geeft invulling aan de politieke doelstellingen van de gemeente. Zij zal de maatschappelijke problemen en kansen, sterke en zwakke punten van Goes verkennen en analyseren en tot beleidsvoorbereiding en –uitvoering komen. De beleidsbepaling ligt in beginsel bij het bestuur, de beleidsvoorbereiding en -uitvoering bij het ambtelijk apparaat. Deze verdeling van verantwoordelijkheden is kenmerkend voor een overheidsorganisatie. De uitoefening van deze verantwoordelijkheden wijkt in de praktijk soms af van de genoemde verdeling en vindt plaats in een natuurlijk spanningsveld tussen bestuur en ambtenaren. Uitgangspunten voor het functioneren van de organisatie zijn: Externe oriëntatie: Organisatie en medewerkers hebben een open venster naar de maatschappij in het algemeen en naar de Goese samenleving in het bijzonder. Gemeentelijk beleid en gemeentelijke voornemens worden voortdurend getoetst aan de dynamiek in de samenleving. De horizon reikt daarbij verder dan de gemeentegrenzen. Het Europees, landelijk en provinciaal beleid, dat voortdurend in ontwikkeling is, is daarbij zeer belangrijk. Ook de ontwikkelingen in de regio vormen een belangrijk referentiekader voor de gemeentelijke positie. Toekomstgerichte strategiebepaling: Naast de zorg voor de dingen van de dag is er structureel aandacht voor koersbepaling in toekomstperspectief. Voor daarvoor in aanmerking komende beleidsterreinen worden op hoofdlijnen de gewenste ontwikkelingen en meetbare doelstellingen aangegeven. Resultaatgerichtheid: Organisatie en medewerkers hebben vooral oog voor concreet te leveren producten en beleidsresultaten. Beleidsvoornemens worden binnen de daarvoor bepaalde tijd zo doelmatig mogelijk uitgevoerd. Mensgerichtheid: Elk handelen binnen en door de ambtelijke organisatie gebeurt in het besef dat de mens centraal staat en dat iedere medewerker of medewerkster vanuit zijn of haar mogelijkheden en omstandigheden naar eer en geweten een bijdrage levert aan het bereiken van gezamenlijke doelen. Flexibiliteit en consistentie: De organisatie wordt gekenmerkt door een dynamische mentaliteit, slagvaardigheid en veranderingsbereidheid. Op nieuwe problemen en kansen wordt flexibel gereageerd. Dit laat onverlet dat de gemeente voor het maatschappelijk initiatief een betrouwbare partner moet zijn. Het gemeentelijk gedrag is transparant en consistent en gaat uit van het gelijkheids- en rechtvaardigheidsbeginsel. Uitzonderingen vinden hun rechtvaardiging alleen in bijzondere omstandigheden. Streven naar kwaliteitsverbetering: Er is systematisch aandacht voor mogelijkheden tot verbetering van de kwaliteit, zowel van de producten en diensten als van de bedrijfsvoering. Het ambtelijk apparaat is attent op kansen om producten en diensten te verbeteren dan wel sneller of goedkoper tot stand te brengen. Er dient een periodieke herijking te zijn van de gewenste producten. In het kader van het kwaliteitsbeleid zullen kwaliteitsdoelstellingen worden geformuleerd. Managementstijl: De managementstijl dient open, zakelijk en mensgericht te zijn. Het management stelt zich open en kwetsbaar op. Het management motiveert, biedt ontplooiingsmogelijkheden aan medewerkers en doet een beroep op de kwaliteiten van de medewerkers. Het management zal een evenwicht nastreven tussen de eigen ruimte en werkwijze van de medewerkers enerzijds en het zakelijk beoordelen van de resultaten anderzijds. Dit betekent een evenwicht tussen resultaatgerichtheid en mensgerichtheid. Deze managementstijl blijkt onder andere uit het betrekken van medewerkers via werkoverleg bij de te volgen werkwijzen, de te behalen resultaten en de na te streven kwaliteitsverbeteringen.

Rechtspraak bij dit artikel