De in artikel 1 genoemde uitgangspunten vertalen zich in de volgende
organisatorische voorwaarden:
Integraal management: De ondersteuning door de
stafafdelingen vindt rechtstreeks plaats aan de sector, die
de eindverantwoordelijkheid draagt voor de tot stand te
brengen producten. De ondersteuning is gebaseerd op de
samenwerkingsgedachte en gericht op het resultaat. Daarnaast
hebben de stafafdelingen voor hun onderdeel een eigen
professionele verantwoordelijkheid voor de algemene
beleidslijnen en de samenhang in het beleid. De
gemeentesecretaris stuurt de stafafdelingen aan.
Ondersteuning: De ondersteuning door de
stafafdelingen vindt rechtstreeks plaats aan de sector, die
de eindverantwoordelijkheid draagt voor de tot stand te
brengen producten. De ondersteuning is gebaseerd op de
samenwerkingsgedachte en gericht op het resultaat. Daarnaast
hebben de stafafdelingen voor hun onderdeel een eigen
professionele verantwoordelijkheid voor de algemene
beleidslijnen en de samenhang in het beleid. De
gemeentesecretaris stuurt de stafafdelingen aan.
Duidelijkheid in aansturing van activiteiten en
output: Zowel de algemene taakstelling van
ambtelijke eenheden als de opdrachtverstrekking voor
specifieke projecten moeten helder en concreet zijn. Voor
betekenisvolle projecten vindt in het aanvangsstadium
bespreking plaats in het managementteam aan de hand van een
plan van aanpak. Voor het bestaande beleid geldt de in de
begroting vastgelegde output met het daaraan gekoppelde
budget als doelstelling.
Bijsturing: Door het verstrekken van informatie
over de voortgang in de outputrealisatie worden
mogelijkheden tot bijsturing geboden door middel van
management- en bestuursrapportages. Uitdrukkelijk ook om de
gelegenheid te bieden tot herallocatie, bijvoorbeeld voor
zaken die eerder wegens ontoereikendheid van middelen niet
voor uitvoering in aanmerking zijn gekomen.
Duidelijkheid in verantwoordelijkheidsstructuur:
Steeds is één bepaalde functionaris verantwoordelijk voor
een opdracht, een project of een product en als zodanig
aanspreekbaar, ook als bij de voorbereiding meerdere
organisatie- onderdelen zijn betrokken. Ook de instelling
van werk- of projectgroepen mag geen inbreuk maken op het
principe van de aanspreekbaarheid van één functionaris. Deze
functionaris is zo mogelijk gemandateerd budgethouder.
Decentralisatie: De verstrekking van een opdracht
behoort inhoudelijk in overeenstemming te zijn met het
niveau van aansturing. Dit betekent dat de beschrijving van
een opdracht begint op hoofdlijnen en op uitvoerend niveau
wordt gedetailleerd. Taken en bevoegdheden worden in het
kader van integraal management op die plaatsen in de
organisatie gelegd waar zij functioneel zijn. Delegatie en
mandatering geschieden (binnen de geldende rechtsregels)
schriftelijk door het bevoegde orgaan.
Informatievoorziening en verantwoording: De aan
de sector gedelegeerde of gemandateerde (integrale)
verantwoordelijkheid kan worden gekarakteriseerd als
"vrijheid in gebondenheid". De sector dient de
informatievoorziening zodanig in te richten dat een goede
afstemming tussen de vraag naar prestaties, producten,
diensten en de beschikbare middelen mogelijk is. Dezelfde
informatievoorziening maakt het mogelijk periodiek
verantwoording af te leggen over de geleverde prestaties,
gerelateerd aan de verbruikte middelen. Deze verantwoording
heeft ook betrekking op de aspecten doelmatigheid en
kwaliteit.
Inrichting van werkoverleg: Het periodieke
werkoverleg binnen een organisatieonderdeel wordt gekenmerkt
door een vaste frequentie en vaste deelnemers. Het
werkoverleg vindt plaats aan de hand van een agenda. De
resultaten van het overleg worden vastgelegd op een zodanige
wijze dat medewerkers geïnformeerd worden over de gemaakte
afspraken en de daarbij gestelde termijnen. De hogere
leidinggevende ontvangt een afschrift van dat verslag. Naast
dit werkoverleg vindt gestructureerd bilateraal overleg
plaats tussen medewerker en direct leidinggevende.
Marktconforme arbeidsvoorwaarden: De gemeente
hanteert marktconforme primaire en secundaire
arbeidsvoorwaarden waardoor het mogelijk is om de slagkracht
van het ambtelijk apparaat te handhaven en zo mogelijk te
versterken. De gemeente wil voorts een werkgever zijn die de
medewerkers perspectief biedt op een interessante loopbaan
en op groeimogelijkheden. Functiewaardering blijft het
uitgangspunt voor de koppeling van de salarisschaal aan de
functie. Pijlers van het personeelsbeleid zijn:
bezoldigingsbeleid, loopbaanbeleid, leeftijdbewust beleid,
arbobeleid, flexibilisering, scholing, resultaatgericht
belonen en arbeid en zorg.
Pro-actieve instelling: Van het ambtelijk
apparaat wordt een actieve instelling verwacht, waardoor de
medewerkers in staat zijn zich steeds aan te passen aan
veranderende omstandigheden.
Bewonersparticipatie: De gemeente betrekt haar
bewoners bij zaken die zij in de wijken en dorpen uitvoert
en bij zaken die van invloed zijn op de leefbaarheid in die
wijken en dorpen. De gemeente stimuleert het actief
meedenken, meepraten en uitvoeren door bewoners. De manier
waarop en het tijdstip wanneer bewoners worden benaderd is
geregeld in de participatieladder. Bewoners worden
uitgenodigd zich te organiseren in een bewoners- of als
werkgroep om als gesprekspartner en klankbord te
fungeren.