Het college van burgemeester en wethouders hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de plaatsing de navolgende volgorde:
indien mogelijk blijft de ambtenaar zijn eigen functie vervullen wanneer deze in de nieuwe organisatie (grotendeels) voorkomt;
vervolgens wordt, indien mogelijk, de ambtenaar geplaatst in een passende functie binnen de gemeente;
vervolgens wordt, indien mogelijk, de ambtenaar geplaatst in een geschikte functie binnen de gemeente.
Op verzoek van de ambtenaar kan van de plaatsingvolgorde worden afgeweken.
Plaatsingbesluiten als bedoeld in het eerste lid worden door het college van burgemeester en wethouders genomen met inachtneming van de artikelen 3:5 t/m 3:7 en van de plaatsingprocedure zoals beschreven in hoofdstuk 4.