Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Stappenplan/Handhavingsarrangement

Onderdeel van Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Rijssen-Holten 2013 (1e wijziging)

Stap 1. Voorbereiding Indien bij een woningcorporatie, de politie of de burgemeester een melding van de illegale verkoop, het afleveren, verstrekken en of voorhanden hebben van drugs in of vanuit een woning of lokaal wordt ontvangen, dan stellen zij elkaar hiervan in kennis. De politie stelt, indien nodig, aan de hand van de melding een onderzoek in. De feitelijke constatering van de verkoop, levering of verstrekking van drugs, of het aantreffen van daartoe aanwezige (handelsvoorraad) drugs is voldoende om op grond van artikel 13b Opiumwet bestuurlijk op te kunnen treden. Alle meldingen en feitelijke constateringen van de illegale verkoop, afleveren verstrekken en of voorhanden hebben van drugs worden door de politie aan de burgemeester gemeld in een rapport of proces-verbaal van bevindingen indien daar aanleiding toe is. De overtreding moet voldoende concreet zijn en de plaats, tijd en omstandigheden moeten worden vermeld. Stap 2. Waarschuwing en vooroverleg De burgemeester kan de overtreder(s) op grond van de geconstateerde feiten schriftelijk - door middel van een waarschuwingsbrief - op de hoogte brengen en hen uitnodigen voor een gesprek op het gemeentehuis. Dit geldt als een officiële waarschuwing. De waarschuwing is geen besluit. Bij het gesprek is een vertegenwoordiger van de politie aanwezig. De geconstateerde feiten worden in de lokale driehoek besproken. Er wordt bekeken hoe de overtreding door de overtreder(s) binnen een vastgestelde periode kan worden beëindigd en wat de eventuele consequenties zullen zijn bij voortzetting. De woningcorporatie zal bij het aantreffen van een hennepkwekerij, dan wel een ander soortig productiesysteem direct overgaan tot ontbinding van het huurcontract. Er vindt geen overleg plaats met de gemeente en de overtreders krijgen geen waarschuwing. Stap 3. Vervolgstappen Als het evt. vooroverleg met de overtreder niet leidt tot beëindiging van de illegale verkoop, aflevering, verstrekken en of voorhanden hebben van drugs, dan wel de overtreder geeft geen gevolg aan de uitnodiging voor een gesprek met de burgemeester, dan zal: de gemeente de eigenaar schriftelijk verzoeken passende maatregelen te treffen en wijzen op de mogelijkheid van de civielrechtelijke procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst; de woningcorporatie, indien zij de verhuurder van het betreffende pand is, overgaan tot een civielrechtelijke procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst. Bij voortdurende overtreding van de Opiumwet en het niet opstarten van een civielrechtelijke procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst door de verhuurder, kan de burgemeester besluiten tot het tijdelijk sluiten van een woning of een lokaal. Stap 4 Motivering sluitingsbevel Is de overtreding van de Opiumwet niet beëindigd en gaat de burgemeester over tot een (tijdelijke) sluiting, dan zal dit besluit voldoende moeten worden gemotiveerd. Bij deze motivering kan deburgemeester een aantal factoren betrekken. De duur van de sluiting kan in de eerste plaats afhankelijk zijn van de bestemming van het pand: gaat het om een woning of een lokaal? In het geval van een woning kan een onderverdeling worden gemaakt in een huur- en koopwoning. Gaat het om een gehuurde woningen en wordt civielrechtelijk de huurovereenkomst door de woningcorporatie of de particulier verhuurder ontbonden, dan is een verdere sluiting van de woning niet nodig, maar wel mogelijk. Gaat het om een koopwoning, dan kan het van belang zijn of deze daadwerkelijk wordt bewoond of in schijn wordt bewoond. In het geval van een bewoond pand worden de bewoners uit de woning geplaatst. Dit is bij schijnbewoning niet het geval. Er zijn immers geen bewoners. In de tweede plaats kan de duur van de sluiting afhankelijk zijn van de zwaarte van de overtreding. Het gaat hierbij om de hoeveelheid en het soort drugs. Gezien de eis van proportionaliteit geldt hier dat hoe meer en hoe zwaarder de categorie drugs is, hoe zwaarder de maatregel kan zijn. Daarbij kan tevens de intensiteit van handel meewegen in de zwaarte van de maatregel. Tot slot zal de duur van de sluiting afhankelijk zijn van de mate van herhaling en de duur van de overtreding. Ook hierbij geldt de eis van proportionaliteit: hoe vaker de overtreding plaats vindt, hoe zwaarder de maatregel kan zijn. Wat betreft de duur van de overtreding is het van belang dat de toeloop naar het pand zal beëindigen. Wanneer de sluitingstermijn te kort blijkt kan de burgemeester de sluiting verlengen. De sancties bij overtreding van de handelshoeveelheid van softdrugs in lokalen (niet zijnde een coffeeshop) is aansluiting met het regionaal coffeeshopbeleid. Hierbij gaat het om feiten ingeval voor coffeeshops (in Almelo, Hengelo en Enschede) wel of géén overtreding zou zijn van een of meer gedoogregels. Drugshandel in woningen De burgemeester reageert op de hierna vermelde wijze op handel in drugs in woningen: Handel in harddrugs: Bij een eerste overtreding van de Opiumwet wordt de woning gesloten voor een periode van 6 maanden. Bij een tweede overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de eerste overtreding wordt de woning gesloten voor een periode van 12 maanden. Handel in softdrugs: Bij een eerste overtreding van de Opiumwet wordt volstaan met een schriftelijke waarschuwing aan de overtreder. Bij een tweede overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de eerste overtreding wordt de woning sloten voor een periode van 3 maanden. Bij een derde overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de tweede overtreding wordt de woning gesloten voor een periode van 6 maanden. Bij een vierde overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de derde overtreding wordt de woning gesloten voor een periode van 12 maanden. Drugshandel in een lokaal niet zijnde een coffeeshop De burgemeester reageert op de hierna vermelde wijze op handel in drugs in lokalen niet zijnde coffeeshops: Bij de handel in harddrugs wordt het lokaal voor een periode van 12 maanden gesloten. Handel in softdrugs; Indien dat geschiedt in combinatie met een feit dat voor coffeeshops géén overtreding van een of meer gedoogregels betekent: sluiting van het lokaal voor een periode van 4 weken; Indien dat geschiedt in combinatie met een feit dat voor coffeeshops een overtreding van een of meer gedoogregels betekent, indien het feit betreft: affichering voor softdrugs: sluiting van het lokaal voor een periode van 8 weken; overlast veroorzaken: sluiting van het lokaal voor een periode van 26 weken; verkoop van softdrugs aan jeugdigen: sluiting van het lokaal voor een periode van 1 jaar; toegang tot het lokaal voor jeugdigen: sluiting van het lokaal voor een periode van 26 weken; verkoop van meer dan vijf gram softdrugs per transactie: sluiting van het lokaal voor een periode van 26 weken; handelsvoorraad van meer dan 500 gram: sluiting van het lokaal voor een periode van 26 weken; handel tussen 00.00 en 12.00 uur: sluiting van het lokaal voor een periode van 8 weken. Indien binnen 5 jaar na de eerste overtreding waarvoor een sanctie als genoemd in lid 1 en 2 is opgelegd, in hetzelfde lokaal wederom een overtreding plaatsvindt, heeft dat tot gevolg dat de toepasselijke sluitingsperiode wordt verdubbeld. Met nadruk wordt erop gewezen dat een sluiting voor een periode van ten minste een maand, op grond van artikel 5, eerste lid van het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999, leidt tot intrekking van de horecavergunning op grond van de Drank- en Horecawet dan wel van de gemeentelijke Drank- en Horecaverordening. Leidinggevenden (ondernemers, bedrijfsleiders, beheerders) van het betreffende horecabedrijf zijn dan gedurende de eerstvolgende 5 jaar niet meer gerechtigd op te treden als leidinggevende in een horecabedrijf. Het bevel tot sluiting van een pand is een besluit in de zin van artikel 1 :3 Awb. De overige bepalingen van deze wet zijn dan ook van toepassing. Dit betekent dat alle belanghebbenden tegen het besluit bezwaar kunnen aantekenen en vervolgens, na de beslissing op het bezwaarschrift, beroep bij de bestuursrechter kunnen instellen. Belanghebbenden zijn in ieder geval de bewoners en gebruikers van de woning of het lokaal, en de eigenaar. Horen kan zowel schriftelijk (bijvoorbeeld met het concept van voorgenomen besluit) als mondeling (dus ook telefonisch op zeer korte termijn) aldus art. 4:9 Awb. Stap 5 Bekendmaking sluitingsbevel Het sluitingsbevel op grond van artikel 13b Opiumwet wordt op schrift gesteld en aan alle (bekende) belanghebbenden verzonden. In het bevel tot sluiting worden doorgaans de volgende elementen opgenomen: 1. De grondslag voor de sluiting (artikel 13b Opiumwet); 2. Welk pand wordt gesloten; 3. Waarom tot sluiting wordt overgegaan (subsidiariteit, proportionaliteit); 4. De begunstigingstermijn; kan kort of helemaal niet in geval van spoed; 5. De termijn van de sluiting; 6. Welke dwangmiddelen zullen worden toegepast; 7. Vermelden welke kosten verhaald zullen worden; 8. Vermelden dat tegen het besluit bezwaar en beroep mogelijk is. De kosten van de sluiting kunnen ingevolge artikel 5:25 eerste lid van de Awb op de overtreder worden verhaald. Op grond van artikel 5:25 Awb vermeldt de beschikking (aanschrijving) dat de bestuursdwang plaats vindt op kosten van de overtreder. Het kadaster wordt van de last onder bestuursdwang op de hoogte gebracht (op basis van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen). De registratie blijft van kracht tot dat het besluit vervalt/wordt ingetrokken Stap 6 Feitelijke sluiting Na afloop van de begunstigingstermijn gaat de gemeente ertoe over de betreffende ruimte eventueel fysiek te sluiten. Dit kan op verschillende manieren worden geregeld. Bij de uitvoering van de sluiting kunnen naast medewerkers van de gemeente en politie  ook de woningcorporatie of anderen aanwezig zijn. De in het pand aanwezige personen worden hieruit verwijderd. Indien nodig wordt het pand eerst ontsmet en worden de nutsvoorzieningen afgesloten. In sommige gevallen is het ophangen van een bekendmaking op de toegangsdeur met de mededeling dat het pand gesloten is voldoende. In andere gevallen is het noodzakelijk het pand (deuren en ramen) daadwerkelijk dicht te timmeren en eventueel te verzegelen. Het doorbreken van het zegel levert een strafbaar feit op grond van artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht op. In artikel 2.41 lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rijssen-Holten  is het verbod opgenomen om een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten lokaal of woning te betreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel