1.. Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien er sprake is van een voorliggende voorziening.

2.. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend een voorziening op grond van:

  • - de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 1.6 lid a t/m j);
  • - de algemene wet bijzondere ziektekosten;
  • - jeugdzorg;
  • - persoonsgebonden budget;
  • - medisch kinderdagverblijf;
  • - het fonds maatschappelijke participatie;
  • - bijzondere bijstand;
  • - andere adequate opvangvoorzieningen zowel in professionele, als in niet-professionele zin (eigen netwerk, vrijwilligers, etc.);
  • - een bijdrage van de werkgever.