Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 8

Uitkering bij aftreden.

Onderdeel van Verordening geldelijke voorzieningen raadsleden 2006

Belanghebbende kan met ingang van de dag waarop hij / zij ophoudt lid van de gemeenteraad van Tilburg te zijn, aanspraak maken op een uitkering waarvan de duur en de hoogte als volgt worden bepaald: De duur van de uitkering bedraagt een jaar en vangt aan op de dag volgend op die waarop het raadslidmaatschap is beeindigd. De uitkering bedraagt 70% van de tegemoetkoming voor werkzaamheden van raadsleden. Degene die direct voorafgaand aan de beeindiging van het raadslidmaatschap tenminste vier jaar onafgebroken lid is geweest van de gemeenteraad ontvangt de volledige uitkering als vermeld onder b van dit artikel. Degene die direct voorafgaand aan de beeindiging van het raadslidmaatschap korter dan vier jaar onafgebroken lid is geweest van de gemeenteraad, ontvangt de uitkering als vermeld onder b van dit artikel, vermenigvuldigd met de breuk waarvan de teller het aantal maanden weergeeft dat men direct voorafgaand aan de dag van beeindiging van het raadslidmaatschap onafgebroken raadslid is geweest en de noemer 48 is. Voor de bepaling van de teller van deze breuk worden delen van maanden naar boven afgerond. De uitkering eindigt in elk geval met ingang van de maand volgende op die waarop de leeftijd van 65 wordt bereikt.

Rechtspraak bij dit artikel