**1..** Als het raadslid tengevolge van invaliditeit het raadslidmaatschap niet meer kan uitoefenen, krijgt hij gedurende twee jaar de volledige utkering als is omschreven in artikel 8 sub b, ongeacht het aantal maanden dat hij direct voorafgaand aan de dag van beeindiging van het raadslidmaatschap daadwerkelijk raadslid is geweest. Het college kan het betreffende raadslid verplichten zich aan een medisch onderzoek te onderwerpen ter beantwoording van de vraag of verband bestaat tussen de invaliditeit en het niet meer in staat zijn tot het verrichten van de werkzaamheden van een raadslid.
**2..** Indien een raadslid tijdens zijn raadslidmaatschap overlijdt, krijgen zijn nagelaten betrekkingen de volledige uitkering als is omschreven in artikel 8 sub a en b, ongeacht het aantal maanden dat het raadslid direct voorafgaand aan de dag van zijn overlijden daadwerkelijk raadslid is geweest.
**3..** Indien een voormalig raadslid gedurende de periode dat hij op grond van het bepaalde in deze regeling in het genot is van een uitkering, komt te overlijden, wordt ten behoeve van zijn nagelaten betrekkingen, de uitkering voortgezet onder dezelfde voorwaarden waaronder en tot hetzelfde tijdstip waarop de overledene de uitkering zou genieten.
Hoofdstuk II
Artikel 9
Voorziening invaliditeit en overlijden.
Onderdeel van Verordening geldelijke voorzieningen raadsleden 2006