Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Regeling flexibele werktijden

BedrijfstijdDe tijd waarbinnen de werkzaamheden kunnen worden verricht. In de bedrijfstijd kan nooit sprake zijn van een overwerkvergoeding (zie artikel 3.A1) Bloktijdtijd waarin iedereen aanwezig moet zijn. (zie artikel 3.A2) Glijtijdtijd waarin aankomst en vertrek vrij zijn. (zie artikel 3.A3) Servicetijdtijd waarin bepaalde afdeling bezet moet zijn voor serviceverlening aan het publiek. (zie artikel 3.A4) Interne dienstverleningde tijden waarop bepaalde afdelingen bezet moeten zijn voor het verlenen van interne diensten, zoals bijvoorbeeld de afdeling interne zaken, afdeling I en A, telefoniste en het informatiecentrum.(zie artikel 3.A5) Lunchpauzede tijd tussen de bloktijden waarin de verplichte rusttijd kan vallen. (zie artikel 3.A6 en artikel 4.3) Werkrooster/fictieve werktijdeen vooraf opgesteld persoonlijk werktijdschema. Deze wordt opgesteld door de chef in overleg met betrokken medewerker. Dit schema wordt gebruikt als fictieve werktijd bij de berekening van verlof, ziekteverzuim, doktersbezoek e.d. (zie artikel 4.4) Dagnormhet aantal uren wat volgens het werkrooster op een bepaalde dag gewerkt zou moeten worden. ArbeidWelke lichamelijke of geestelijke inspanning die de werkgever van de werknemer verlangt. Volgens de arbeidstijdenwet (ATW) valt Woon-werkverkeer niet onder het begrip arbeid, maar het zogenaamde werk-werkverkeer wel. Arbeidsduurde vooraf vastgestelde omvang van het aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke door de werknemer arbeid moet worden verricht (CAR-UWO. Het begrip arbeidsduur komt overeen met het begrip arbeidstijd uit de ATW (per 1-1-1997 36 uur per week). Werktijdde periode tussen vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de werknemer arbeid moet worden verricht (CAR-UWO). Het begrip werktijd komt in de praktijk overeen met het begrip dienst uit de ATW. De ATW bepaalt daarbij dat de dienst wordt begrensd door twee periodes van onafgebroken rusttijd. RusttijdEen periode van een onafgebroken aantal uren waarin geen arbeid wordt verricht. De rusttijd is gelegen tussen twee diensten. Voor de rusttijd geldt een minimum aantal uren (ATW). Pauzeeen tijdruimte van ten minste 15 achtereenvolgende minuten, waarmee de arbeid tijdens de dienst wordt onderbroken en de werknemer geen enkele verplichting heeft ten aanzien van de bedongen arbeid (ATW). Diensteen aaneengesloten periode waarin arbeid wordt verricht. De duur van de dienst wordt begrensd door twee periodes van onafgebroken rusttijden (ATW). Overwerkde periode dat de werknemer in dienstopdracht arbeid verricht buiten de bedrijfstijd (CAR-UWO). De ATW verstaat onder overwerk een incidentele en een niet periodieke afwijking van de arbeidstijd, zoals die in wettelijke normen vastligt. VerschuivingstoelageBij een verschuiving van de vastgestelde werktijden, volgens het afgesproken werkrooster, anders dan op verzoek van de werknemer en als de vastgestelde tijden binnen 72 uur voor aanvang van de oorspronkelijk vastgestelde arbeidsduur wordt verschoven, heeft de werknemer aanspraak op een verschuivingstoelage (CAR-UWO). Regulier verlofOnder regulier verlof wordt verstaan het basisverlof plus de eventueel verkregen uren voor leeftijd of diensttijd plus de eventueel verkregen uren voor het functieniveau plus de eventueel verkregen uren voor wacht- en waakdienst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel