Het college kan aan de subsidieverlening aanvullende voorwaarden verbinden met betrekking tot:
- - de kwaliteit van ruimtelijke voorzieningen waar gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd;
- - de samenwerking met andere vrijwilligersorganisaties of professionele organisaties;
- - het aantal uren dat een vrijwilligersorganisatie of professionele organisatie is opengesteld voor leden/deelnemers/gebruikers;
- - de groepsgrootte;
- - de eigen bijdrage die de vrijwilligersorganisatie of professionele organisatie verlangt van leden/deelnemers/gebruikers;
- - het eigen vermogen van de vrijwilligersorganisatie of professionele organisatie en het vormen van reserves en voorzieningen;
- - de inrichting van de administratie van de organisatie.