1.Bij vergunningaanvragen voor een of meer bij de inrichting
behorende terrassen, beslist de
burgemeester - gelet op de openbare orde en veiligheid ter plaatse -
tevens over de
ingebruikneming van de openbare weg.
2.Onverminderd het bepaalde in artikel 2:29c, tweede lid, kan de
burgemeester de in het eerste lid
bedoelde ingebruikneming van de openbare weg weigeren als:
a.het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar
oplevert voor de
bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
daarvan;
b.dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer
en onderhoud van de
weg;
c.dat gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de
openbare ruimte, inclusief de
bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.
3.Als voor het uitvoeren van openbare werken of om enigerlei andere
reden verwijdering van het
terras noodzakelijk is, is de houder van de inrichting verplicht dit
terstond of binnen de door het
bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn, te verwijderen.
4.Het is verboden op of in de omgeving van een terras dranken of
eetwaren voor gebruik ter
plaatse te verstrekken:
a.buiten dat deel van de weg waarvan het gebruik ingevolge het
bepaalde in het eerste lid is
toegestaan;
aan degenen die geen gebruik maken van de op dat terras
aanwezige zitplaatsen.
De exploitant of de beheerder is verplicht te zorgen
dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting
van
de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van
een ambtenaar, belast met
het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel, in de
nabijheid van het terras op de
weg achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk uit
of van dat terras afkomstig,
worden verwijderd.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 7
Artikel 2:29e
Terrassen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Capelle aan den IJssel 2013