1.De burgemeester kan een inrichting - al dan niet voor een bepaalde
duur - gesloten verklaren
indien:
die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige
vergunning;
die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de
vergunning verbonden voorschriften;
de burgemeester oordeelt, dat een van de in artikel 2:29a,
vierde lid, genoemde situaties
waarin intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet.
2.De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt
zodra een besluit tot sluiting op,
in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is
aangebracht.
3.Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van
belanghebbende(n) door de
burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten
en omstandigheden
hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties
aanwezig zijn, dat geen
herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal
plaatsvinden.
4.Het is de exploitant of beheerder van de inrichting verboden na
het van kracht worden van de
sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting
toe te laten of daarin te laten
verblijven.
5.Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester
gesloten inrichting als bezoeker
te verblijven.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 7
Artikel 2:29d
Sluiting van inrichtingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Capelle aan den IJssel 2013