Naar hoofdinhoud
1.. Onderwerpen voor een functioneringsgesprek zijn in elk geval de verwachtingen van de leidinggevende betreffende de wijze waarop de functie vervuld zal moeten worden, de wijze waarop en omstandigheden waaronder de medewerker de aan de functie verbonden taken ervaart en uitvoert, waaronder begrepen de rol van de leidinggevende en de ontplooiing binnen de huidige functie. 2.. De gemaakte werkafspraken, vastgelegd in de functiebeschrijving, het competentieprofiel, het persoonlijk ontwikkelingsplan en het individueel werkplan worden geëvalueerd en hierover worden eventueel nieuwe afspraken gemaakt. 3.. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd op een formulier, dat daarvoor door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld en terug te vinden is in bijlage 14 behorend bij deze regeling. 4.. De verslaglegging vindt plaats door de leidinggevende tijdens of onmiddellijk na het functioneringsgesprek. Van het formulier dat in tweevoud wordt opgemaakt en ondertekend, is het ene exemplaar bestemd voor de betrokken medewerker en het andere voor de leidinggevende. Bij de buitendienst van de afdeling Openbare Werken tekent bij de Bedrijfsleider het formulier. De formulieren voor de functioneringsgesprekken bij de vrijwilligers die werkzaam zijn bij de brandweer worden getekend door de de clustercommandant cluster Veluwe West van de Veiligheidsregio Noord Oost Gelderland en de door de medewerker van het cluster aan wie een ondermandaat verleend is. 5.. De leidinggevende draagt zorg voor de toezending van het verslag van het functioneringsgesprek aan de afdeling Bestuur, Personeel, Organisatie en Burgerzaken. Het verslag wordt opgeborgen in het personeelsdossier van de medewerker.

Rechtspraak bij dit artikel