Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.7

Voorschiften en beperkingen

Onderdeel van Havenverordening Urk 2009

1. Een vergunning kan voor bepaalde of onbepaalde tijd worden verleend. 2. Een aanvraag om verlenging na afloop van de geldigheidsduur van een vergunning geldt als een nieuwe aanvraag om een vergunning. 3. Aan een vergunning kunnen voorschriften en/of beperkingen worden verbonden ter bescherming van de belangen die ten grondslag liggen aan de betreffende bepalingen. 4. De aan een vergunning verbonden voorschriften en/of beperkingen kunnen worden gewijzigd indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning moet worden aangenomen dat wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is verleend. 5. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 6. Een vergunning is persoons-, ligplaats- en vaartuig gebonden. Dat wil zeggen dat bij iedere wijziging in één van deze omstandigheden een nieuwe vergunning moet worden aangevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel