De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd in het geval dat:
a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
verstrekt;
b. van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt overeenkomstig een
daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een termijn, binnen een
redelijke termijn;
c. op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten moet
worden aangenomen dan wel nodig wordt geoordeeld, dat intrekking of
wijziging wordt gevorderd door een belang of de belangen ter bescherming
waarvan de vergunning is vereist;
d. de aan de vergunning gestelde voorschriften en beperkingen niet zijn
of worden nagekomen;
e. strijd ontstaat met belangen die ten grondslag liggen aan de
betrokken bepalingen;
f. de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.